In een dorpje ver van hier, woonde eens een rentenier.
In dat dorpje ver van Gent, kampeerden wij met onze tent.
Rovers kwamen van heel ver, gewapend met een breekijzer.
De rovers waren heel bekwaam, en klommen door het WC-raam.
De meid die op de WC zat, zakte door het brillengat.
De 1ste rover heette Jan, zijn neus was als een koffiekan.
De 2de rover heette Piet, de derde rover was er niet.
De 4de rover heette Liam, een vlieg leidde hem af van zijn boterham.
De 5de rover heette Laura, ze wou altijd bij Caraya.
De 6de rover heette Annelies, soep eten vond ze heel vies.
De 7de rover heette Marit, is een grote deugeniet.
De 8ste rover heette Febe van Avermaet, je mag er alles meedoen ze wordt nooit kwaad.
De 9de rover heette Jordi, een echte superman vind je dat nie.
De 10de rover heette Nisrien, voor taalgebruik krijgt hij 10 op 10.
De 11de rover heette Robbe, op dagtocht was hij niet te stoppen.
De 12de rover heette Gilles, was bang van teken dat hij bijna flauwviel.
De 13de rover heette Stefan, vlugger eten dat was hij van plan.
De 14de rover heette Jonas, voelde zich op kamp in zijn sas.
De 15de rover heette Fien, zonder Charlotte hebben we haar niet gezien.
De 16de rover heette Charlotte, met Eefje doet ze heel graag zot.
De 17de rover heette Eef, naar Fien en Charlotte keek ze nooit scheef.
De 18de rover heette Joni, een klik eendepaté openen kon hij nie.
De 19de rover heette Michaël, alleen in het bos is hij helemaal niet fel.
De 20ste rover heette Tibeau Torelle, struikelen over het vollybal-net bezorgt hem oorzere
De 21ste rover heette Quinten Verlee, had overal zijn moderne schoenen mee.
De 22ste rover heette Jonathan, in het frans hij is de man.
De 23ste rover heette Kenneth Vandriessche, ’s nachts durft hij niet alleen gaan piessen.
De 24ste rover heette Pepik, in het bos begint hij te blijten van de schrik.
De 25ste rover heette Jade, na 10 dagen kamp was ze als een bejaarde.
De 26ste rover heette Thomas, zaagt gelijk de wijven op een theekrans.
De 27ste rover heette Mike Van Praet, ambeteert de mensen waar hij ook gaat.
De 28ste rover heette Arno, deed je 10 dagen dodo of zo?
De 29ste rover heette Talia Van Acker, “die broek heeft wel geld gekost ze!” makker.
De 30ste rover heette Ariën Geldof, in het modderbad vond hij het tof.
De 31ste rover heette Toon, bij het hoogspringen viel hij op zijn gat, ’t was niet schoon.
De 32ste rover heette Arissa, altijd klikken, ’t is me wa.
De 33ste rover heette Freek, laat hem niet beginnen aan zijne preek.
De 34ste rover heette Jochem Menschaert, heeft de leiding tijdens het denappelgevecht niet gespaard.
De 35ste rover heette Lucas, hij is even groot als zijn reistas.
De 36ste rover heette Mike Schelstraete, Kato was nie zijne maat.
De 37ste rover heette Wout, hij is niet bang heeft het alleen maar koud.
De 38ste rover heette Laurens Standaert, na 24 uren-tocht was ze van de kaart.
De 39ste rover heette Joeri, nu Imke met Martijn is vindt hij haar een sloerie.
De 40ste rover heette Imke van Heule, wou de herten laten meegenieten van al haar geuren.
De 41ste rover heette Pauline, zo’n schram was niet om aan te zien.
De 42ste rover heette Jan, smijt met bestek als Pepik niet zwijgen kan.
De 43ste rover heette Sarah, ’s nachts een bosspel was niet haar dada.
De 44ste rover heette Kato, “zwijg of ik geeft u ne klap, ojo!”
De 45ste rover heette Martijn Laveart, weet niet waar hij zijn uniformbroek bewaart.
De 46ste rover heette Martijn van Troost, denkt aan Imke en zijn toekomstige kroost.
De 47ste rover heette Annelies, als ge haar nat maakt wordt ze vies.
De 48ste rover heette Sandra, elle est partie à Italia.
De 49ste rover heette Maurits, kon door zijn voet helemaal niets.
De 50ste rover heette Rob Wens, neutte over zijne arm tegen elke mens.
De 51ste rover heette Nicolai Verlee, moest zelf zijn broek niet meer opendoen op de plee.
De 52ste rover heette Margot, zat van Rob te dromen in haar kano.
De 53ste rover heette Hannelore Bytebier, afwassen was voor haar een plezier.
De 54ste rover heette Lindsay, week van Maurits zijn zijde nie.
De 55ste rover heette Tim, gitaren dragen in een begin.
De 56ste rover heette Ward Moneyn, wat zou zijn laatste vraag van ’t kamp nog zijn.
De 57ste rover heette Dylan Schelstraete kon het paaldansen echt niet laten.
De 58ste rover heette Arno, uit de kleren gaan doet hij zo.
De 59ste rover heette Spriet, een hogere stem dat hoort ge niet.
De 60ste rover heette Tom, een pyamabroek op tocht dat is toch stom.
De 61ste rover heette Wannes Robyst, krijgt met zijn haar niemand uitgeveisd.
De 62ste rover heette Bram, begint te voetballen met nen stam.
De 63ste rover heette Kenny, probeerde te kotsen maar ’t lukte nie.
De 64ste rover heette Sander, vis eten was voor nen ander.
De 65ste rover heette Jak, had op tocht liever Hannelore mee dan zijne rugzak.
De 66ste rover heette Arasari, wandelen met nen kapotte knie da ga nie.
De 67ste rover heette Stokstaartje, met Charlotte vormde hij een paardje.
De 68ste rover heette B-Boy Schelstraete, doodde vliegen zonder mate.
De 69ste rover heette Bij, wandele in Venetië met duivenstront erbij.
De 70ste rover heette Monias, “en route, jongens!” en hij was in zijn sas.
De 71ste rover heette Sitta, slapen met een briesje, zijt ge zot of wa.
De 72ste rover heette Gnoe, voor af te breken was hij te moe.
De 73ste rover heette Fodi, “Hij is Kerst” dat zegt ge nie.
De 74ste rover heette Leeuwerik, ze is toch niet echt een Spaanse Chick.
De 75ste rover heette Sifaka, ging liever naar de Franse Playa.
De 76ste rover heette Jabiroe, zijn 2de klas was eindelijk goe.
De 77ste rover heette Kauw, ondanks haar zoektocht bleef ze Cholo trouw.
De 78ste rover heette Das, weet iemand waar hij met zijn gedachte was.
De 79ste rover heette Charlotte, van haar kuren wordt ge zot.
De 80ste rover heette Valkenoogske, faalde bij de truc met het sponske.
De 81ste rover heette Katje, moest opstaan voor een berverkaka.
De 82ste rover heette Bubbel, had op zijn voet nen grote knubbel.
De 83ste rover heette Rebo, zonder Femke stond hij 10 dagen droog.
De 84ste rover heette Baloe, Rama vraagt wanneer wordt ze mijn broer moe.
De 85ste rover heette Caraya, hoort ge door uwen MP3-speler ook uw gasten kraaien.
De 86ste rover heette Rama, zagen over zijn aids-plekken awelja.
De 87ste rover heette Ikki, allé Kauw voelde gij da nu nie.
De 88ste rover heette Kaa, op school tijdens kamp zijde zot of wa.
De 89ste rover heette Bagheera, zijn droogrek trok toch wel op wa.
De 90ste rover heette Akela, nie zagen of ik doe u wa.
De 91ste rover heette Shyam, een eijke geven kwam ter ni van.
De 92ste rover heette Kim, woorde over Shyam’s zijn eerste verdieping.
De 93ste rover heette Gayal, 1 uurke bij mama en dat is al.
De 94ste rover heette Koedoe, na de Gentse Feesten was hij moe.
De 95ste rover heette Mink, is chagrijnig zonder zijn ochtend drink.
Wezel de 96ste rover, Charlotte haar kuurkes vond hij erover.
De 97ste rover heette Serval de Spontane, van koekenboer liep hij 10 dagen met een kane.
De 98ste rover heette Flamingo, met haar Willie was het meteen bingo.
De 99ste rover heette Opgewekte Otter, Flamingo maakt hem nog steeds zotter.
De 100ste rover heette Cheeta, ne put graven met bureau-handjes da is ni da.
De 101ste rover heette Agoeti, uwe vent alleen op voorkamp sturen da vertrouwde toch nie.
De 102de rover heette Eland, voor de fourage zet hij zelfs Otter aan de kant.
De 103de rover heette Kordate Otter, met haar bijna derde tet kwam Eland vlotter.
De 104de rover heette Christine, voor een mopje uit de familietrommel is zij wel te zien.
De 105de rover heette Jaguar, met zijn band bracht hij Rambo in de war.
De 106de rover heette Lena, het kampbeeld dat ze had was toch nie da.
De 107de rover heette Jaap, in zijn broekske voelde hij zich kna’p.
De 108de rover heette Lynx de actieve, weerkeren na voorkamp was niet naar zijn believe.
De 109de rover heette Mus, met Febe in de hangmat dat was toch knus.
De kleinste rover heette Febe, in het water was er heel wat te beleven.
De 111de rover heette Kariboe, 3 dagen toeristen en dan al moe.
De 112de rover heette Cathy, in bijzijn met de Seniors douchte ze zich nie.
De 113de rover heette Bart, alleen thuis zitten vond hij te hard.
De 114de rover heette Vogeltje Struis, was op kamp met het Rode Kruis.
De 115de rover heette Hamster, het water van de caravan was het warmster.
De 116de rover heette Wiko, ze kreeg een lek van de hond cadeau.
De 117de rover heette Indri, ze was de mol toch zei ze van nie.
De 118de rover heette Wisent, hij voelde zich het best in de pornotent.
Dit is het einde van ons verhaal, het was warempel een lange sjaal.
Dit is het einde van ons lied, we hopen dat het u niet heeft verdriet.