Roverslied 2005

Elk jaar opnieuw dé hit van het kampvuur (met De Slag van Zoetenaaie en Baloe de Bruine beer op een nipte 2e en 3e plaats). Ook dit jaar zaten we op de toppen van onze tenen om naar het Roverslied te luisteren.

"Hoempapa, hoempapa, hoempa, hoempa, hoempapa..." 


Roverslied groot kamp 2005 in Chantemelle 

In een dorp niet ver van hier woonde eens een rentenier.

Er kwamen rovers van heel ver gewapend met een breekijzer.

De rovers waren heel bekwaam en kropen door het Wc-raam.

De meid die op het toilet zat, die zakte door het brillegat.

De 1ste rover heette Piet, de tweede rover was er niet.

De 3de heette Klaas, zijn hoofd was als een varkensblaas.

De 4de rover heette Jan, zijn neus was als een koffiekan.

De 5de rover was er niet, maar ook wij vergeten hem niet.

De 6de rover heette Charlotte, ze deed met Valkenoog heel graag zot.

De 7de rover was Annelies van Wynsberge, al snurkend verzette ze heel veel bergen.

Jochem, de 8ste rover, had veel voor zijn laarzen over.

De 9de rover heette Sarah, had veel heimwee naar haar mama.

De 10de rover was Laura, deed met Sarah veel blabla.

De 11de rover was Jeroen, in rare gezichten trekken is hij kampioen.

De 12de rover heette Alexandra, tijdens de storm speelde zij mama.

De 13de rover heette Marie, zonder Alexandra hoorde ze niet.

De 14de rover was Chloë, nam overal haar petje mee.

De 15de rover heette Chelsea, ruzie maken op kamp dat deed ze niet.

De 16de rover heette Jonas, bij Karel was hij in zijn sas.

De 17de rover was Karel, op kamp nen echte Sjarel.

De 18de rover,Mike van Praet, was niet vies van wat kattekwaad.

De 19de rover heet Jan, als hij maar veel lachen kan.

De 20ste rover was Lukas, dacht dat hij de beste bever was.

De 21ste rover heette Jade, beetje ziek maar toch geen kwade.

De 22ste rover was Thibaud, tussen de meisjes deed hij dodo.

De 23ste rover heette Vincent Lybaert, heeft op kamp veel post vergaard.

De 24ste rover heette Fran, wilde altijd samen zijn met Jan.

De 25ste rover was Pauline, voor flamenco dansen krijgt zij een tien.

De 26ste rover was Mauritz, waarom je geen kindjes kan maken langs de mond, dat      snapt hij niet.

De 27ste rover was Arissa, een klap op haar neus, ‘twas een paar keer van dat.

De 28ste rover heette Tim, voor meisjes vind hij zich te slim.

De 29ste rover was Arno, ruzie maken dat deed hij zo.

De 30ste rover was Marjolein, na Ward zal nu Rob haar sloefje zijn.

De 31ste rover heette Kato, bij een storm kakt ze achter haar tent en zo.

De 32ste rover was Lieselotte, wou niets anders dan Mauritz totten.

De 33ste rover was Armando Fortain, paaldansen in een nachtclub, ‘t zou iets voor hem zijn

De 34ste rover was Ariën Geldhoff, komedie spelen vindt hij tof.

De 35ste rover heette Justine, is haar achternaam Henin misschien?

De 36ste rover was Sandra, uitvliegen kan ze wa.

De 37ste rover heette Ward, na 3 jaar geen badge ‘goed speler’ dat is hard.

De 38ste rover was Michaël, was dit kamp niet zo heel fel.

De 39ste rover heette Lindsay, pas bij 40° koorts hoorde je ze niet.

De 40ste rover was Lauren, mankeert een beetje zelfvertrouwen.

De 41ste rover was Mike Schelstraete, zijn liefdesbrief naar Arissa mocht niet baten.

De 42ste rover, dat was Stijn, is hij heilig of is dat maar schijn?

De 43ste rover heette Imke, Hathi lang naast haar 10 dagen te stinken.

De 44ste rover was Joni, diene hoorde bijna niet.

De 45ste rover heette Kristof, 10 dagen zonder zijn mama is niet tof.

De 46ste rover, dat was Toon, zonder Wout een verloren zoon.

De 47ste rover heette Martijn, was blij dat hij opnieuw Imke haar lief mocht zijn.

De 48ste rover heette Jouri, Imke houden kon hij niet.

De 49ste rover was Quinten, met Frans Bauer kon hij Arissa strikken.

De 50ste rover heette Willem, vuile woorden das niets voor hem.

De 51ste rover heette Wout, de jongen waar menig gids van houdt.

De 52ste rover heette Rob, deed liefst van al geen enkele klop.

De 53ste rover was Margot. Haar Lode ligt in de frigo in plakskes enzo.

De 54ste rover heette Bram, Arasari is wel zijn vlam.

De 55ste rover was Thomas Cook, zijn zanggarantie was dit jaar zoek.

De 56ste rover was Wannes Robeyst. Met zijn lang haar hadden de jongverkenners hem bijna uitgevijsd.

De 57ste rover heette Bjorn, op kamp was hij niet echt in form.

De 58ste rover was Ruben Vleurick, nen vreë stoeren maar van spuitjes heeft hij toch schrik.

De 59ste rover heette Hannelore, haar grillen konder ons echt niet storen.

De 60ste rover heette Spriet, wat is dat toch een knappe griet.

De 61ste rover was Dylen, Shyam zou hem levend villen.

De 62ste rover was Kenny Hoste, aan hem zijn serieuze kosten.

De 63ste rover was Sander, de prijzen van Fanta light kent hij als geen ander.

De 64ste rover heette Tom, op de trailer lachte hij zich krom.

De 65ste rover was Jago Neven, het balkon van Charlotte bleef aan zijn netvlies kleven.

De 66ste rover, Nicolaï Verlee, tieten shieten zijn zijn côté.

De 67ste rover heette Glenn, billenklets is niets voor hem.

De 68ste rover was Arno Geers, de mannelijke vorm van Britney Spears.

De 69ste rover, Quinten Quidouse, wou niet afwassen en had altijd een smoes.

De 70ste rover was Fodi, ging spontaan tegen den asfalt met zijn tronie.

De 71ste rover heette Gnoe, in zagen dat hij geen eten te kort kwam, was hij goe.

De 72ste rover was Sifaka, eerst Caraya, dan Wannes… wat zijn dat voor zake?

De 73ste rover heette Kauw, gaf int modderbad ne grote show.

De 74ste rover is Elise Boone, ’t is te hopen dat ze haar nooit klonen.

De 75ste rover was Charlotte, 5 dagen zonder ‘Jezus’ dat is toch zot.

De 76ste rover was Elke, zeker niet zomaar een delleke.

De 77ste rover heette Bij, een beetje moe na haar naamke, dat hoor erbij.

De 78ste rover was Yannis, met zijn buil speelt ge beter tennis.

De 79ste rover heette Bert, skaten op een bank dat lukt niet echt.

De 80ste rover was Monias, voelde zich vaak de peet bij de veegees ook als hij dat niet was.

De 81ste rover heette Arasari, de sauna was voor hare nie.

De 82ste rover was Spinaap, langs maar 1 kant bruin, het arme schaap.

De 83ste rover heette Das, dacht vanmorgen dat hij een gidsje was.

De 84ste rover was Andy, veel geluk had hij nie.

De 85ste rover was Sitta, de afwas doen, wat is da?

De 86ste rover heette Indri, in dienen ambulance zat ze op 1,2,3…

De 87ste rover was Katja, na ’t kamp gaan werken, zo moet da!

De 88ste rover was Valkenoog, op kamp soms een heel klein beetje droog.

De 89ste rover was Keeo, ne goeie leider, dat zie je zo.

De 90ste rover heette Bram, hing aan Valkenoog gelijk een kam.

De 91ste rover was Baloe, slapen is iets wat volgens haar niet moet.

De 92ste rover heette Hathi, lachen met een lol rond Sifaka kon hij niet.

De 93ste rover was Baggie, na het bezoek van zijn madam had hij weer energie.

De 94ste rover was Akela, 20 kg meeslepen dat is toch wat.

De 95ste rover heette Chill, kan nu doen met mungo wat hij wil.

De 96ste rover was wasbeer, werken int leger is voor nen andere keer.

De 97ste rover was Shyam, reed liever met zen auto dan op een madam

Gayal, de 98ste rover, de laatste dagen vond zij erover.

De 99ste rover was Serval, het jaar te veel was vorig jaar al.

De 100ste rover heette Wannes, de gidsen gaven hem nog eens kans.

De 101ste rover was Cholo, loopt nu met een hak in zijn zolo.

De 102de rover heette Chinchilla, een hudozeil afkuisen, dat was kaka.

De 103de rover heette Mink, wast nu een wateruil of een ander dink?

De 104de rover was Eland, was god naar her rijden was plezant.

De 105de rover was Eli, een pot vuil zien staan kon hij niet.

De 106de rover was mustank, zijn darmkanaal ging zijne gank.

De 107de rover heette Hamster, in de fouragetent blok zij als een ster.

De 108ste rover heette Jaguar, voor nen vroege apero stond hij aan den bar.

De 109de rover was Wiko, Wisent was hare Hero.

De 110de rover was Kariboe, een straffe tante to op de laatste dag toe.

De 111de rover was Otter, het snijden en schillen ging dit jaar net iets vlotter.

De 112de rover heette Agoeti, naast Cheetah slaapt ge niet.

De 113de rover heette Struisvogel, met ritten naar’t hospitaal was hij gul.

De 114de rover was Cheetah, apart slapen dat is toch wat.

De 115de rover is Wisent, hij is ook hier als de Fonz gekend.

De 116de rover heette Koedoe, deed in de caravan geen enkel oogske toe.

Dit is het eind van ons verhaal, ’t is waarempel een lange sjaal.

Dit is het eind van ons lied, we hopen dat het niemand heeft verdriet.