Wet en Belofte
Voor je teervoet ken je nog steeds al hetgeen je ook voor je wet en belofte moest kennen.
Kaart en Kompas
- Weten wat een stafkaart is.
- De metrische en de grafische schaal van een kaart kennen en kunnen gebruiken. (omrekenen van schaalafstand naar ware grootte en omgekeerd)
- De kaartsymbolen kennen aan de hand van de legende.
- Een coördinaat kunnen opzoeken.
- De windroos kunnen tekenen met 16 windstreken en bijhorend aantal graden.
- Het kompas kennen en azimut kunnen schieten.
- Een kaart kunnen oriënteren met een kompas.
- Een stafkaart kunnen gebruiken langs een «gewone » weg en « merkpunten » kunnen aanduiden.
Natuur
- De natuur niet bevuilen of beschadigen.
- 5 planten en 8 boombladeren kunnen herkennen en er iets over vertellen.
Observatie
- Spoortekens en hun betekenis kennen.
- Zelfstandig een spoortocht kunnen beëindigen.
- Voorwerpenkim, waarbij 12 op 20 voorwerpen onthouden worden.
- Reukkim, waarbij 6 op 10 reuken herkend worden.
- Smaakkim, waarbij 6 op 10 smaken herkend worden.
Telefoneren
- Kunnen telefoneren naar een gekend persoon.
- Kunnen telefoneren vanuit een telefooncel.
- Een telefoonboek kunnen gebruiken.
E.H.B.O
- Weten hoe te handelen bij een zwaar ongeval en de hulpnummers kennen.
- Een bloeding kunnen stelpen.
- Een draagdoek kunnen aanleggen.
- Een eenvoudige wonde kunnen verzorgen, onder toezicht van een leider.
Bijl, mes, schop en zaag
- Veiligheidspunten bij het gebruik van een bijl kennen.
- Weten hoe een bijl gedragen wordt.
- Eigenschappen en gebruik van een goed zakmes kennen.
- Gebruik van een schop kennen.
- Gebruik van een zaag kennen.
Knopen en sjorringen
Kennen en kunnen gebruiken :
- Platte knoop
- Achtsteek
- Schootsteek of weversknoop
- Mastworp
- Timmermanssteek
- Een kruissjorring kunnen maken
- Een touw van 10 m kunnen oprollen
Klik hier om naar de knopensectie te gaan, daar vind je uitleg over sommige knopen.
Vuren
- Weten waar een open vuur mag aangelegd worden en de veiligheidsmaatregelen kennen.
- Een voorraad brandhout aanleggen, voldoende voor twee maaltijden.
- Weten hoe een vuur moet gedoofd worden.
Koken
- Koffie en thee kunnen zetten.
- Eieren kunnen koken en bakken op een houtvuur.
Tent
- Piketten en haringen op de juiste wijze kunnen inslaan.
- Een dag instaan voor de netheid van de tent, alsook voor het lossen en aanspannen van de scheerlijnen.
- Weten hoe en wanneer muurtjes en deuren van een tent opgerold moeten worden.
- Zorg dragen voor het tentmateriaal.
Rugzak
- Een rugzak voor een 36-urentocht behoorlijk kunnen inpakken.
- Draagriemen correct kunnen aanpassen.
- Eén uur wandelen met een rugzak.
Sport
- 40 punten op de vijfkamp behalen. (zie Teervoet Proevenboekje)
- Over een "apenbrug" wandelen.
Expressie
- Deelnemen aan manuele expressie.
- Deelnemen aan verbale expressie.
- Deelnemen aan een mimespel.
- Meedansen met 2 volksdansen.
- 6 scoutsliederen kunnen meezingen.
Schatten
- "persoonlijke maten" kennen.
- Deze maten kunnen gebruiken om de afmetingen van een voorwerp te bepalen.
- De afstand van je "persoonlijke pas" kennen en er een afstand in het veld en op de baan mee afmeten.
