Handboek Technieken

Hieronder alle links naar de verschillende technieken.

Belofte

Belofte

 

« Ik beloof te trachten :

- goed samen te werken in onze groep

- te leven naar de scouts- en gidsenwet

- anderen te helpen waar ik kan. »

Betekenis


Weet je nog dat je als welp beloofd hebt om flink mee te spelen met de horde ? Nu beloof je als jonggiver eigenlijk hetzelfde. Maar nu is er meer. Je wilt je inzetten voor de groep waarin je scouting beleeft, en dat is nu je patrouille en je troep. Inzet is meer dan goed en eerlijk meespelen. Het betekent dat je de handen uit de mouwen steekt als er een soms minder leuk karwei moet opgeknapt worden.
Als jonggiver wil je je houden aan een aantal regels of afspraken, omdat je die belangrijk vindt. Die afspraken noemen we de scoutswet. Pas als alle leden van je tak zich houden aan dezelfde afspraken, dan kan scouting leuk zijn voor iedereen.

Je belooft te helpen waar je kan en met de mogelijkheden die je hebt. Een voorbeeld is : vis geen drenkeling uit het water als je zelf niet kan zwemmen, maar ga hulp zoeken in de buurt. Ook dit is hulpvaardig zijn .

Probeer altijd volgens de belofte te leven, niet alleen in de wekelijkse vergadering, maar ook thuis, op school, nu en later. Want scout ben je voor het leven.


BP

Wie is BP?

De stichter van de scoutsbeweging is BP ofwel Lord Robert Baden Powel. Hij werd geboren op 22 februari 1857 als zoon van een dominee.
Hoe scouting ontstond

Na zijn militaire opleiding deed hij dienst in Indië, Afganistan en Zuid-Afrika. Tijdens de Zuid-Afrikaanse boerenoorlog (1899-1900) kwam hij op het idee om jongens te gebruiken voor bepaalde opdrachten. Hij schreef zijn bevindingen neer in zijn eerste boek: 'Hulp aan legerverkenners (Aids to Scouting)'.
Veel Engelse jongens hadden zijn raadgevingen opgevolgd en BP besloot een programma uit te werken voor de opvoeding van de Engelse jeugd. In 1907 beproevde hij zijn ideeën tijdens een kamp op Brownsea eiland en het volgende jaar gaf hij zijn "Scouting For Boys" uit.
Nu ontstonden er overal in Engeland scoutsgroepen en het duurde niet lang of scouting breidde zich uit over de gehele wereld.
De eerste Jamboree vindt plaats in 1920. Baden Powel trok zich terug in Kenya en overleed er op 8 januari 1941.

De beweging bleef groeien, er nu zijn al meer dan 25 miljoen scouts en gidsen.

Scouting in België

België was het eerste land van het Europese vasteland waar een scoutsbeweging werd opgericht. Dat was in het jaar 1910 in Brussel. Door het grote succes hadden weldra alle grote steden een scoutsbeweging.
De openheid van scouting werd al van in het begin belangrijk geacht, iedereen moest lid kunnen worden. In 1919 werd de eerste gidsenbeweging opgericht en in 1945 versmolten beide verenigingen tot de B.S.B.-G.G.B. (Boy-scouts van België - Girl-scouts van België).
Deze werd dan later weer opgesplitst in een nederlandse en een franse beweging:
de F.O.S. : Federatie voor Open Scoutisme
de S.G.P. : Scouts et Guides Pluralistes de Belgiques

Enkele andere bewegingen

Scouts en Gidsen Vlaanderen (vroeger VVKSM)
F.S.C. : Fédération des scouts catholique
G.C.B. : Les guides catholiques de Belgique


EHBO

EHBO

· Weten wat te doen bij een ernstig ongeval

Het elementaire gedrag bij alle soorten ongevallen is hetzelfde: KALM BLIJVEN. Je eigen kalmte zal het slachtoffer reeds voor een deel gerust stellen. Geef nooit uitleg over de omvang van de wonden of andere zichtbare abnormaliteiten. Het zal de algemene toestand van de gekwetste ten goede komen. (zo vermijd je shock) Een gekwetste verkeert immers altijd in een shocktoestand. Het is veel beter hem gerust te stellen en de kwetsuur ietwat minder erg te doen voorkomen.
Zorg eerst en vooral voor veiligheid voor jezelf, het slachtoffer en de omstaanders.
Hou toeschouwers zo ver mogelijk weg, licht en lucht zijn zeer belangrijk voor het slachtoffer en de helper, hulpverlener. Tracht zo snel mogelijk de leiding te verwittigen en indien nodig gespecialiseerde hulp.

Met een gewone telefoon:
Medische spoeddienst en brandweer: 100
Rijkswacht: 101
Rode Kruis: 105
Antigifcentrum: 070/245.245

Indien je met een GSM belt
Medische spoeddienst en brandweer: 112
Rijkswacht: 112

Geef daarbij duidelijke informatie door over de plaats en aard van het ongeval. Geef het aantal gekwetsten door en tracht de kwetsuren zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven.
Laat voor alle veiligheid het slachtoffer liggen, er kunnen zich altijd, voor ons onzichtbare, kwetsuren voorgedaan hebben. Bloedingen dien je onmiddellijk te stoppen.

Bloedingen die je onmiddellijk te stelpen. Probeer zoveel mogelijk contact met bloed te vermijden, om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden.

· De inhoud van een patrouille-EHBO kennen

algemeen
Wondverzorging:
zeep
, ontsmettingsmiddel Iso-betadine, Eosine, zuurstofwater, ontsmettende zalf Homeoplasmine, Braunol, of Iso-betadine
steriele gaasjes
pleisters
steri-strips

Zalfjes, crèmes:
insectenbeten
verstuikingen, zwellingen, blauwe plekken: Algipan, Euceta
brandwonden: Flammazine
zonnebrandcrème, after-sun
verzachtende zalf bij kloven Nivea, vaseline

Pilletjes:
keelpijn: Tyro-drops, BMA, Merfen, Strepsils
Opmerking: Sea-scouts kiezen best een product zonder suiker, deze is beter bestand tegen de vochtigheid die onvermijdelijk heerst in een vaartuig. Vraag raad aan uw apotheker.

koortswerend middel, pijn allerhande: Dafalgan, Curpol, Perdolan
Opmerking: Vermijd bij kinderen producten die acetylsalicylzuur bevatten zoals Aspirine, vraag raad aan uw apotheker.

bij diaree: Immodium
Opmerking: Immodium is een zeer populair geneesmiddel, het beïnvloedt echter noch de duur noch het verloop van de meeste aandoeningen die oorzaak zijn van diaree m.a.w. ze verhelpen de oorzaak niet en geven achteraf vaak aanleiding tot verstopping. Stel het geven van dergelijke medicatie dus zo lang mogelijk uit. Zorg er voor dat de zieke voldoende drinkt en raadpleeg bij ernstige diaree een arts, zeker indien er ook koorts aanwezig is.

bij maaglast: Rennie, bruisende dranken

bij braken frequent kleine hoeveelheden gesuikerde dranken, Motilium

Verbanden:
zwachtels (breedte: 4 en 6 cm)
driehoeksverband
gaasverband
maandverband

Allerlei:
schaar
pincet
haakjes en sluitspeld
scherp mesje (of injectienaald) om indien nodig de huid open te maken, om splinters te verwijderen
koortsthermometer
ontsmettingsmiddel voor het materiaal
ether (om resten van pleisters en teken te verwijderen, niet om wonden te ontsmetten!!)
watten (om materiaal te reinigen, niet voor wonden)
bloedstelpende watten (nuttig bij een bloedneus)
tape
placebo's
condooms
lijst met telefoonnummers van hulpdiensten, politie, dichtstbijzijnde arts, ziekenhuis, antigifcentrum

Algemene opmerkingen:
Zorg dat je van iedereen een medische fiche hebt, deze is vertrouwelijk en dient enkel ingezien te worden door de E.H.B.O.-verantwoordelijke.
Let goed op met medicijnen en zalfjes, controleer bij alles wat je geeft of de persoon in kwestie hiervoor niet allergisch is.
Speel nooit zelf voor dokter, beter een raadpleging teveel dan één te weinig!

patrouille, trektocht

Op tocht nemen we niemand mee die reeds koortsig is of zich niet opperbest voelt. Onze E.H.B.O.-tas reduceren we tot enkele zaken die we dringend zouden kunnen nodig hebben.

ontsmettingsmiddel
steriele gaasjes
pleisters
zwachtels (kunnen als steun- of als bedekkend verband gebruikt worden)
schaar
pincet
scherp mesje
noodnummers (vergeet het telefoon nummer van je kampplaats niet!)

Draag goed zorg voor het E.H.B.O.-materiaal. Gebruik het niet nodeloos, want dat is een enorme geldverspilling.

· Een eenvoudige wonde kunnen verzorgen

In de eerste plaats moet de wonde gereinigd worden. Dit doe je met water en zeep. Indien voorhanden kun je hiervoor ook ontsmettende zeep type Iso-betadine gebruiken (rode verpakking). Bij het uitwassen let je erop dat je van het midden naar buiten toe wrijft en niet omgekeerd. Zichtbare vuiltjes kunnen met een pincet verwijderd worden.
Na het wassen, doe je er best aan de wonde even met zuurstofwater aan te stippen, dit om extra zuurstof in de wonde te brengen en zo een ongunstig milieu te creëren voor ongewenste gasten zoals een groot aantal bacteriën.
Om wonden te ontsmetten (=bacteriën en andere nare beesten proberen doden) bestaan verder een groot aantal producten, je vindt ze onder de vorm van zalven of vloeistoffen en onder verschillende firmanamen. (vb: Iso-betadine, Eosine, Braunol, …)
Na het reinigen en ontsmetten kan de wonde afgedekt worden met een gewone pleister of met steriele doekjes afhankelijk van de ernst van het letsel.

Opmerkingen
Vooraleer je als helper een wonde begint te verzorgen is het nodig om eerst zelf de handen te wassen.
Een gapende wonde kan gemakkelijk dichtgeplakt worden d.m.v. steri-strips, deze breng je loodrecht op de snijrichting aan.
Gebruik geen watten om wonden te verzorgen. Deze pluizen uit en de resten blijven in de wonden plakken, bovendien zijn ze niet steriel.
Ether is geen ontsmettingsmiddel, wel een ontvetter. Het mag dus enkel gebruikt worden om resten pleister mee te verwijderen of om huid te ontvetten vooraleer er een pleister op aan te brengen. Ether verdooft de teken, die dan gemakkelijk met een pincet kunnen verwijderd worden.

· Weten hoe men te werk gaat bij het verzorgen van:

Ernstige bloeding

Maak onderscheid tussen een aderlijke en een slagaderlijke bloeding. Een aderlijke bloeding is donker en stroomt constant. Een slagaderlijke bloeding is fel gekleurd en verlaat het lichaam in gulpen (of spuitend)

Stelpen van de bloeding:
1. directe of lokale druk: met een propere doek (binnenzijde van een gestreken zakdoek of handdoek, gaasverband, …) druk uitoefenen ter hoogte van de bloeding gedurende 15 minuten (zonder af en toe eens te gluren of de bloeding niet gestopt is)
2. indirecte druk (als door directe druk de bloeding niet ophoudt): een slagader afduwen tussen de plaats van de bloeding en het hart.
3. volledig afklemmen d.m.v. een knevel mag enkel gebeuren door speciaal getrainde mensen, de knevel heeft dus geen plaats in de E.H.B.O.-koffer.

Bloedneus

Een bloedneus is meestal niet ernstig, tenzij het slachtoffer bloedstollingstoornissen heeft, (raadpleeg medische fiche) of er overal op de huid purperen vlekjes te zien zijn of de bloeding ontstaan is na een val op het hoofd.

Wat doen? Kalmeer het slachtoffer en breng hem in een koele omgeving.
Buig het hoofd lichtjes naar voren om te vermijden dat het bloed in de keel komt. Laat het kind het overtollige speeksel in een bakje uitspugen wat u onder de mond houdt. Niet het hoofd naar achteren, je kan je dan verslikken.
Druk gedurende minstens 5 minuten op de neusvleugels, zonder tussenin te kijken of het nog bloedt
Breng eventueel wat bloedstelpende watten of een gaasje met zuurstofwater in de neus aan.
Verwittig een dokter als de bloeding blijft duren.

Insectenbeten

Muggenbeten Deze zijn meestal banaal. Een kalmerende zalf aanbrengen kan soms nodig zijn om de jeuk wat te verminderen.
Sommige kinderen vertonen allergie aan muggebeten waarbij de steekplaats erg gaat zwellen. Dezelfde maatregelen kunnen hier genomen worden. Bij te hevige en veelvuldige beten bezoek je beter een arts.

Wesp- of bijensteek Ook hier volstaat meestal een gewone zalf voor insectenbeten.
Verwijder indien nodig de angel en ontsmet de steekplaats. Indien ons diertje er nog aanhangt, trek dan aan de angel en niet aan het diertje, want dan spuit het nog meer gif.
Als het slachtoffer een gekende allergie heeft of als de steken zich in het gelaat, de halsstreek of mond bevinden dan moet je dringend een arts opzoeken.

Opmerking
Preventie blijft het beste medicijn, dus plaats een muggenwerend toestelletje in de slaapzaal en let erop dat er tijdens het eten geen bijen of wespen in het eten of drinken kunnen terecht komen. Sla de bijen of wespen niet weg, en probeer rustig te blijven.

Brandwonden

Eerste hulp bij brandwonden is erop gericht verdere schade te beperken, het eerste wat we dus zullen doen is de warmtebron uitschakelen. Heeft de kleding vuur gevat dan wordt het vuur best gedoofd door het slachtoffer op de grond te leggen en te rollen, eventueel in een grote doek, deken of jas. Verwijder de kledij nooit uit de wonden!

Lang afkoelen is de regel, 10 à 15 minuten onder koud stromend water. Indien dit niet voorhanden is mag hiervoor zelfs het grachtwater dienen, als er maar gekoeld wordt!
Het afkoelen werkt pijnstillend, de zwelling blijft beperkt en verdere beschadiging door indringen van warmte wordt vermeden.

1° graadsbrandwonde
kenmerken: pijnlijke, droge huid zonder blaren

wat doen? warmtebron uitschakelen
afkoelen
Deze wonde geneest spontaan en zonder litteken, binnen enkele dagen. Eventueel kan het aanbrengen van een dunne laag Flamazine één maal per dag helpen.

2° graadsbrandwonde
kenmerken: pijnlijke, rode huid met blaren

wat doen? warmtebron uitschakelen
afkoelen
Flamazine aanbrengen lokaal, één maal per dag
Steriel afdekken

3° graadsbrandwonde
kenmerken: beige, bruin perkamentachtig tot zwartverkleurde huid. De huid is niet meer elastisch en de wonden zijn pijnloos door vernietiging van die zenuwuiteindjes die voor pijngevoeligheid verantwoordelijk zijn.

wat doen? warmtebron uitschakelen
afkoelen
steriel afdekken
gespecialiseerde hulpverleners opzoeken

4° graadsbrandwonde
Deze term wordt soms gebruikt om heel diepe brandwonden gaande tot in de spieren of tot op het bot aan te duiden. Anders worden die ook 3° graadsbrandwonden genoemd.

Opmerkingen
a) hospitalisatie is geboden als:
de brandwonden meer dan 10% van het lichaamsoppervlak innemen
(hoofd 9%; arm 9%; been 18%; rug 18%; buik 18%)
het om 3° graadsbrandwonden gaat
de brandwonden in het gelaat gelokaliseerd zijn
als het om elektrische of chemische brandwonden gaat
de slachtoffers jonger zijn dan 5 jaar

b) geen zalven aanbrengen als het slachtoffer zal moeten worden opgenomen, in dit geval moeten de verbrande zones enkel afgedekt worden van lucht en dit gebeurt best met kompressen

Drinken van chemische producten of geneesmiddelen
Onmiddellijk het antigifcentrum opbellen!!! Telefoonnummer: 070/245.245
Zij zullen onder andere willen weten wat het tijdstip van inname was, wat er is ingenomen en in welke hoeveelheid.

Gevaarlijke vloeistof in de ogen
Ogen goed spoelen met lauw water gedurende ca. 10-15 min. het water zachtjes over het oog laten lopen. Ga daarna langs de oogarts!

Vreemd voorwerp in de neus
Niet zelf proberen te verwijderen maar langs de huisarts gaan.

Insect in het oor
Het oor spoelen met lauw water, als het op deze manier niet lukt, ga dan langs de huisarts, ga zeker niet met voorwerpen in het oor steken.

Verstikking door een voorwerp in de ademhalingswegen
Als het kind het voorwerp niet spontaan uithoest kijkt u eerst in de mond of u het voorwerp zelf kunt verwijderen. Als dit niet lukt, laat u het kind voorover buigen en geeft u 5 stevige klappen op de rug tussen de schouderbladen. Kijk daarna weer in de mond. Nooit de armen in de lucht, het voorwerp zakt dan nog dieper weg. Als het slaan op de rug niet helpt gaat u over tot de "heimlich manoeuvre" hiervoor gaat u achter het kind zitten of knielen. Het meest effect bereikt u als het kind tegen een harde achtergrond plaatst, u kunt het bijvoorbeeld op een stoel zetten. Dan maakt een vuist en legt die op het borstbeen. Pak de vuist met uw andere hand vast. Trek maximaal 5 keer snel naar binnen in een tempo van 1 x per 3 seconde. Kijk weer in de mond. Als dat niet helpt, legt u uw vuist in het midden van de maag onder de ribben. Leg uw andere hand eroverheen en duw 5 keer omhoog. Laat iemand anders 100 of 112 bellen en probeer zelf steeds opnieuw om het voorwerp te verwijderen. Herhaal dit schema tot er hulp komt of het kind weer vrij ademt.

5x op de rug slaanà in mond kijken à 5x op de borst drukkenà in mond kijken à 5 x op de buik drukkenà in mond kijken à 5x op de rug slaan etc.

Botbreuken en ontwrichtingen
Kenmerken hiervan zijn; pijn, zwellingen - blauwe verkleuringen, scheefstaande ledematen
Altijd naar de spoed komen!

Hersenschudding
Mogelijke alarmsignalen van een hersenschudding: braken, bleek zien, lichtschuw, hoofdpijn, sufheid, bloed uit oren en neus, ongelijke pupillen, nekstijfheid. Een hersenschudding is gevaarlijk en moet goed opgevolgd worden. Ga langs bij een dokter. Als je kind bewusteloos is nooit zelf komen maar altijd 100 of 112 bellen.

Reanimatie of het ABC van de E.H.B.O.

Spreken we over E.H.B.O. dan denken de meesten aan reanimatie. Hier spelen 3 lichaamsfuncties een rol; het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop.
De functies zullen we dan ook altijd in die volgorde controleren.

1. Controle bewustzijn
door het slachtoffer aan te spreken
als er geen reactie in dan kun je proberen met een neep in de wang, oorlel of vingernagel
als er ook dan geen reactie optreedt, dan mag je besluiten dat de persoon bewusteloos is.

2. Controle ademhaling
hou je oor net boven de mond/neus van het slachtoffer. Hoor of voel je niets en gaat de borstkas niet op en neer, dan ademt het slachtoffer niet.
als er geen ademhaling is dan moet de ademhalingsweg eerst vrijgemaakt worden door het hoofd in hyperstrekking te brengen. (zie fig)
als er dan nog geen spontane ademhaling optreedt en beademing is nog niet mogelijk dan moet je op zoek gaan naar een vreemd voorwerp en dit verwijderen (zie verstikking door vreemde voorwerpen)

3. Controle bloedcirculatie
Voel met je wijs- en middenvinger aan de pols of aan de hals van het slachtoffer. Voel nooit met je duim, want dan voel je je eigen hartslag.

4. De reanimatie
1. Beademing
- mond-op-mond, mond-op-neus
- 18x per minuut bij kinderen, 15x per minuut bij kinderen
- als er enkel ademhalingsstilstand is dan moet je dit volhouden tot het slachtoffer spontaan begint te ademen (controleer om de 2 minuten) of tot gespecialiseerde hulp de reanimatie overneemt.

2. Hartmassage
- bij volwassenen 80 à 100x per minuut met twee handen, bij kinderen met één hand!
- als de ademhalingsstilstand gepaard gaat met een circulatiestop dan moetn beademing en hartmassage zich als volgt opvolgen:
- 1 hulpverlener: 2 beademingen, 15 massages
- 2 hulpverleners: 1 beademing, 5 massages

Opmerking
Bij een drenkeling heeft het geen zin om te proberen water uit de longen te verwijderen. Ten eerste zal er slechts weinig water in de longen aanwezig zijn, ten tweede is het niet mogelijk om de kleine hoeveelheid die erin zit eruit te krijgen.
Beademen op met vocht gevulde longen heeft echter minder rendement, het is in deze situatie bijgevolg des te belangrijker om zo correct mogelijk te beademen.
Hartmassage toepassen wanneer het hart niet stil staat, dus op een normaal persoon, kan dodelijk zijn.

· Een driehoeksverband aanleggen

Driehoeksverbanden

Driehoeksverbanden of noodverbanden worden gebruikt om:
kompressen op hun plaats te houden
een lidmaat te ondersteunen
af te dekken

Driehoeksverband op het hoofd
basis op het voorhoofd
slippen kruisen
en vastknopen op het voorhoofd (ver van de wonde)
de top over de kruising leggen en vastmaken met een veiligheidsspeld

Driehoeksverband van hand
handpalm op de driehoek plaatsen (vingers in de richting van de top van de driehoek)
top terugslaan en de slippen kruisen
de slippen nogmaals kruisen rond de pols en vooraan vastknopen
de top omplooien en bevestigen met een veiligheidsspeld

Driehoeksverband van de voet
voetzool op de driehoek plaatsen (tenen in de richting van de top van de driehoek)
top terugslaan en de slippen kruisen
de slippen nogmaals kruisen rond de pols en vooraan vastknopen
de top omplooien en bevestigen met een veiligheidsspeld

Driehoeksverband van de knie
leg de top van de driehoek op het dijbeen
kruis de slippen in de knieplooi
de slippen nogmaals kruisen en boven de knie toeknopen
de top omplooien en bevestigen met een veiligheidsspeld

Driehoeksverband van de elleboog
leg de top van de driehoek op de bovenarm
kruis de slippen in de vouw van de arm
de slippen nogmaals kruisen en boven de elleboog toeknopen
de top omplooien en bevestigen met veiligheidsspeld

Driehoek van de voorarm
plaats de driehoek vooraan op de voorarm
windt éénmaal de onderste slip om en bevestig
plooi de bovenste slip onder de elleboog om
en windt het in tegenovergestelde richting om de voorarm en bevestig

Driehoeksverband van het been
plaats de driehoek vooraan op het been
windt éénmaal de onderste slip om en bevestig
plooi de bovenste slip onder de knie om
en windt het in tegenovergestelde richting om het been en bevestig

· Weten hoe en wanneer een gekwetste te transporteren

1. Alleen, zonder hulp :
- In de armen ( = vermoeiend).
- Op de rug (= te paard) : enkel voor een patiënt die bij het bewustzijn is.
- Brandweergreep : je plaatst je voor de gekwetste, die de benen sprijdt. Indien je rechtshandig bent, grijp je met de linkerhand de rechtse pols van het slachtoffer en je steekt de rechter schouder tussen de benen van de zieke.
Je tilt de patiënt op (indien je hem goed vast hebt, is dit niet moeilijk).
Je neemt met de rechter hand dezelfde hand van de zieke vast.

2. Met twee :
- De kleine stoel : gesteund op de polsen. De zieke gaat er gewoon opzitten en houdt zich om de hals van de dragers vast. (schets)
- De zetel : men houdt elkaars armen vast : een paar dient als zit, het ander paar armen als ruggesteun.
Opm. : Om met een gekwetste op deze manier voort te stappen, begint men beiden met de buitenste voet naar voor te gaan.

· Zelf een noodbrancard kunnen maken

Men gebruikt twee willekeurige steunen als ijzeren staven, takken, patrouillestafs, maar deze dienen sterk te zijn. Test eerst de stevigheid. Als bekleding kan je gebruiken :

- een lasso : te beginnen met een mastworp en dan vlechten als op de schets aangeduid. Behoudt steeds gelijke afstand tussen de teunen. Hiervoor kunnen twee personen ze ter hoogte van de heupen vasthouden terwijl men vlecht.
- een deken : je plaatst de steunen op een opengespreid deken zodat haar oppervlakte in drie
gelijke delen is verdeeld. Men plooit de buitenste delen naar binnen. Je plaatst er de gewonde bovenop en wees gerust dat het stevig genoeg is.
- hemden : drie hemden toeknopen en ze door de mouwen aan de twee steunen.

In elk geval moet je teeds een deken onder en boven de gewonde leggen.

Verplaatsing :
- De voorste dragers zullen met de linker voet aanzetten.
- De achterste met de rechter voet.
Dit om wiegen te vermijden opdat de gewonde niet op de grond zou vallen. Aan jou nu te oordelen of de patiënt met het hoofd of de voeten naar voor zal vervoerd worden. Aan jou ook te beslissen hoe bepaalde hindernissen te overschrijden.


Kaart en Kompas


Azimut

Azimut

De hoek die je meet met je kompas noemt men het azimut. Het is de hoek tussen het noorden en het voorwerp van op de plaats waar jij staat (telkens in wijzerszin). Als je ergens anders gaat staan zal het je dus een ander azimut opleveren.
Het azimut nemen noemen we "schieten".

Azimut schieten met het lensatic kompas

Lesnatic Kompas Schieten
 
  • De kijkgleuf in een hoek van 45° plaatsen
  • het kompas horizontaal houden
  • het kompasdeksel verticaal plaatsen
  • de draaibare schijf met lichtgevende streep
  • draaien tot wanneer de lichtgevende streep samenvalt met de vizierlijn van het kompasdeksel
  • nu kijk je door het kijkgleufje langs de haarlijn in het kompasdeksel en je draait het kompas totdat je het voorwerp dat je moet "schieten" gelijk licht met de haarlijn en het kijkgleufje (op 1 lijn dus)
  • je houdt het kompas nu zo stil mogelijk en kijkt door het kijkgaatje naar het cijfer dat samenvalt met de lichtgevende streep. Dit is het azimut.
 

 


Kaart Oriënteren

 Om je kaart juist te oriënteren ga je als volgt tewerk:

  • Je neemt de kaart en plaatst het kompas erop.

  • Je draait je kompasdoos zo dat het noorden tegenover de vizierkorrel en/of richtingspijl staat.

  • Nu draai je je kompas zo dat de bovenzijde in de richting van het noorden ligt.

  • Tenslotte draai je de kaart met het kompas erop totdat de magneetnaald het noorden van het kompas aanduidt.

Kompas

Het kompas is een instrument, waarmee men zich kan oriënteren en om het even welke richting nauwkeurig vaststellen.
het is een doosje in lood, koper of een synthetische stof met glas bedekt.
Er bestaan veschilldende modellen van kompassen in alle maten en prijzen. je moet niet het duurste aanschaffen, maar evenmin het goedkoopste. Met snertmateriaal heb je meer kans om verloren te lopen en daarenboven is het niet duurzaam.
Er zijn twee veel gebruikte en degelijke kompassen verkrijgbaar. Het oudste is het lensatic kompas (zie figuur).
Een nieuwer model is het recta kompas en dit heeft toch wel een paar voordelen t.o.v. het lensatic. Het is lichter, stabieler, snellers, kan beter tegen schokken en het is gemakkelijker in het gebruik.

Legende

Onderaan op de kaart worden alle symbolen die op de kaart voorkomen verklaart. Je moet die niet allemaal vanbuiten leren (voor de teervoet). Wel moet je de legende kunnen gebruiken, wat wil zeggen dat je weet waar je een symbool kunt vinden in de legende.
De symbolen kunnen in groepen worden onderverdeeld.
van links naar rechts:
  • helemaal links vind je alle soorten wegen en paadjes (rood en wit)
  • daarnaast staat alles wat met het water te maken heeft (blauw)
  • dan komen de gebouwen en opvallende punten zoals toppen, masten, hoogspanningsleidingen,... (zwart)
  • de volgende zijn alle landschapskenmerken: hoogtelijnen (bruin), bossen (groen) en velden (wit)
  • helemaal rechts staan dan de op de kaart gebruikte afkortingen van dorpen, gebouwen,...
Als je thuis geen stafkaart hebt om je technieken te leren kan je er altijd een vragen bij een van je leiders.

Metrische Schaal

Deze schaal (ook wel numerieke schaal genoemd) geeft de verhouding weer tussen de afmetingen op de kaart en de werkelijke afstanden op het terrein. Dit wordt aangegeven door een breuk waarvan de noemer aanduidt hoeveel malen kleiner een afstand op de kaart is in vergelijking met de werkelijke afstand op het terrein, bv. schaal 1/25.000. Dit betekent dat elke afmeting van het terrein, op de kaart 25.000 maal kleiner wordt weergegeven! Of omgekeerd, dat elke eenheid op de kaart in werkelijkheid 25.000 maal groter is. Dus 1 cm op de kaart is gelijk aan 25.000 cm op het terrein of 250 m of 0,25 km.

Het spreekt vanzelf dat je om gemakkelijk te rekenen, de afstanden omzet in kilometer. Immers, dit is de eenheid die je meest gebruikt voor de trektocht.

Voorbeelden

 

  • Op de kaart met schaal 1/10.000 Is 10 cm op de kaart = 1 km op terrein.
  • Op de kaart met schaal 1/20.000 is 5 cm op de kaart = 1 km op terrein.
  • Op de kaart met schaal 1/25.000 is 4 cm op de kaart = 1 km op terrein.
  • Op de kaart met schaal 1/40.000 Is 2,5 cm op de kaart = 1 km op terrein.
  • Op de kaart met schaal 1/50.000 Is 2 cm op de kaart = 1 km op terrein.
  • Op de kaart met schaal 1/100.000 is 1 cm op de kaart = 1 km op terrein.

Praktisch doe je het zo: om de waarde van 1 cm op de kaart, uitgedrukt in meter op het terrein te bekomen, neem je 2 nullen af van de noemer van de schaal.

Dus:

  • schaal 1/40.000, 1 cm = 400 m
  • schaal 1/25.000, 1 cm = 250 m

Omzetten in km is dan een klein kunstje. 1 km is 2,5 cm op een kaart van 1/40.000, en 4 cm op een kaart van
1/25.000.

Uit: Kaart en Kompas van Rik Daze (p21 en 22)


Onze Stafkaarten

Hieronder vind je een kaartje van België met de versnijding voor stafkaarten. Die kaarten waarvan de scouts er minstens één bruikbare heeft zijn groen gekleurd.

Heb je een stafkaart nodig voor één of andere activiteit, stuur dan een mailtje met vermelding van het kaartnummer naar mink@tortels.be

Voor meer informatie of om uit te zoeken welke kaart je precies nodig hebt kan je terecht op www.ngi.be

 

 

Stafkaarten
 

 

 


Stafkaart

Een kaart is een verkleinde voorstelling van een deel van het aardoppervlak. Door gebruik te maken van de afgesproken symbolen geeft men op de kaart alle weiden, bossen, wegen, huizen, enz... weer, die we in werkelijkheid op het terrein terugvinden.

Er bestaan verschillende soorten kaarten; kaarten waar stadsgrenzen op staan, die zijn politieke kaarten, dan heb je kaarten waar men sterren en hemellichamen op terugvind, kaarten die informatie geven over de bevolking, ...

De kaart die je in de scouts meestal gebruikt is de topografische of natuurkundige kaart: dit is een kaart waarop het reliëf van het land, de rivieren, de wegen en nog veel meer details worden gegeven. Deze kaart wordt ook wel een stafkaart genoemd.

Voorbeeld Stafkaart 1/25 000
 


Windroos

Op de windroos staan al de windstreken gelukkig moet je er daar slechts 16 van kennen. De windstreken zijn in groepen opgedeeld: de hoofdwindstreken, tussenwindstreken en de tussen-tussenwindstreken,...

De hoofdwindstreken

Windroos 4 Windstreken

Noord, Oost, Zuid en West zijn de hoofdwindstreken. Tussen deze windstreken is er telkens een hoek van 90°.
het noorden staat op 0° of 360° (helemaal rond)
het oosten staat op 90° (0° + 90°)
het zuiden staat op 180° (90° + 90°)
het westen staat op 270° (180°+ 90°)

Tussenwindstreken

Windroos 8 Windstreken

De tussenwindstreken: Noord-Oost(NO), Zuid-Oost(ZO), Zuid-West(ZW) en Noord-West(NW). Voor de naamgeving gebruik je telkens eerst de belangerijkste windstreek, gevolgd door de andere windstreek.
Ze staan in het midden tussen 2 hoofdwindstreken.
Noord-Oost staat op 45° (0° + 45°)
Zuid-Oost staat op 135° (90° + 45°)
Zuid-West staat op 225° (180° + 45°)
Noord-West staat op 315° (270° + 45°)

Tussen-tussen windstreken

Windroos 16 Windstreken

Dit wordt iets moeilijker. Deze windstreken staat tussen de hoofdwindstreken en de tussenwindstreken.
Voor de naamgeving gebruik dezelfde regel als voor de tussenwindstreken.
De eerste tussen-tussenwindstreek staat tussen Noord en Noord-Oost, de belangerijkste is Noord(N) en die komt dus eerst gevolgd door de tussenwindstreek Noord-Oost(NO) en we krijgen Noord-Noord-Oost(NNO).
De volgdende staat tussen NO en O, maar de belangerijkste komt eerst dus we krijgen ONO. De volgende tussen-tussenwindstreken zijn: OZO, ZZO, ZZW, WZW, WNW en NNW.
Doordat ze telkens in het midden van een hoek van 45° staan is de hoek die ze maken met de hoofdwindstreken 22,5°.
NNE staat op 22,5°
ONO staat op 67,5° (45° + 22,5°)
OZO staat op 112,5° (90° + 22,5°)
ZZO staat op 157,5° (135° + 22,5°)
ZZW staat op 202,5° (180° + 22,5°)
WZW staat op 247,5° (225° + 22,5°)
WNW staat op 292,5° (270° + 22,5°)
NNW staat op 337,5° (315° + 22,5°)



Inclinatie

Heb je met alle zaken rekening gehouden (declinatie, miswijzing, etc.) blijkt je kompas nog niet goed te werken als je 'm wil gebruiken in het Afrika of Australië. Dat klopt, want er is nog iets waar je maar al te goed rekening mee moet houden: inclinatie.

Inclinatie is het fenomeen dat er voor zorgt dat je naald nooit helemaal horizontaal blijft liggen. Dat zou namelijk alleen het geval zijn als de magnetische kracht die de naald aantrekt op exact dezelfde hoogte ligt. Maar, zoals je begrijpt, is dat niet zo en dus wordt je naald altijd licht naar beneden getrokken.

Gelukkig is het zo dat dat in België (en vrijwel de gehele rest van Europa) niet of nauwelijks effect heeft op je metingen. De naald raakt immers niet de boven of onderkant van het kompashuis en zal dus gewoon vrij rond kunnen draaien. In andere delen van de wereld is het echter wel degelijk een probleem en kan de naald niet vrij ronddraaien in het kompashuis en wordt daardoor belemmerd in het aanwijzen van het noorden. De sterkte van deze kracht (inclinatie dus) is over de gehele wereld verdeeld in 5 zones met elk een bepaalde sterkte van inclinatie. In de onderstaande tekening kun je zien hoe deze zones over de wereld zijn verdeeld.

Voor Recta gelden andere gebieden, simpelweg omdat Recta slechts gebruik maakt van twee inclinatie-zones (noordelijk halfrond en zuidelijk halfrond).

Om inclinatie te voorkomen (of het effect ervan te verminderen) kun je verschillende dingen doen. Zo is een vaak toegepaste oplossing kijken wat de hoek van de inclinatie is en vervolgens je kompas in dezelfde hoek houden zodat de naald nog steeds vrij kan ronddraaien. Probleem hierbij is echter dat je dan met een andere kracht krijgt te maken: de zwaartekracht. Deze zal dan namelijk ook aan de kompasnaald gaan trekken (aan de kant die het meest naar benden wijst uiteraard) en daardoor de metingen beïnvloeden. Een andere oplossing is voor elke inclinatie-zone die je bezoekt het daarvoor gemaakte kompas aan te schaffen. Maar dit is echter een vrij dure oplossing, zeker als de bezoekjes slechts eenmalig zijn.

Mijn advies is dan ook een kompas te kopen dat zich niets aantrekt van inclinatie. Tegenwoordig zijn er kompassen van Recta en Suunto die zich niets aantrekken van inclinatie. Dat kan door de magneet en de naald van elkaar te scheiden zodat de naald geen enkel probleem heeft met inclinatie.


Coördinaten

 Het vierkantennet

Op een kaart staan horizontale en verticale lijnen die samen vierkantjes vormen. De lijnen zijn aan de rand van de kaart genummerd. Elk kruispunt tussen de lijnen kan dus bepaald worden aan de hand van 2 nummers.

Eerst dat van de verticale lijn gevolgd door het nummer van de horizontale lijn.

bv: 29 /15 (zie figuur). Bij een kruispunt hoort telkens het rechter boven hokje.

Elk vierkantje is in werkelijkheid een vierkant van 1km op 1km (op een kaart van 1:25 000 is dat dus een vierkantje van 4cm op 4cm).

Je punt zoeken op een oppervlakte van 1km² is echter niet in een wipje gedaan, we moeten dus nog wat fijner gaan.

  Coördinaten

Elk vierkantje wordt nog eens verdeeld door een rooster van 100 op 100 hokjes. Nu hebben we nog een oppervlakte van 10m² (op de kaart slechts een punt) wat al véél gemakkelijker is.

Coördinaat Opzoeken

Om één van deze hokjes te bepalen gebruiken we coördinaten. Een coördinaat bestaat uit vier getallen bv: 29 50 / 15 06. Hoe gaan we nu tewerk om zoiets te ontcijferen?

  • De vette getallen (29 en 15) bepalen het grote vierkant (zie boven).

  • De getallen 50 en 06 bepalen het punt in het grote vierkant.

Je begint met het grote vierkant te zoeken:

  • Zoek het eerste getal (29) en de bijhorende verticale lijn onder of bovenaan de kaart.

  • Zoek nu het tweede getal (15) en de bijhorende horizontale lijn links of rechts van de kaart.

  • Het hokje rechtsboven het kruispunt van de 2 lijnen is wat je moet hebben.

Nu nog het punt in dat hokje:

Coördinaat Opzoeken 2
 

  • Je legt het hoekje van de roomer op het kruispunt en zorgt ervoor dat hij goed ligt (bovenkant boven).

  • Je schuift de roomer naar rechts tot de verticale lijn bij 50 ligt.

  • Nu schuif je de roomer naar boven tot de horizontale lijn op 06 ligt.

Het hoekje van de roomer duidt nu het coördinaat aan.

Een roomer is een rechte hoek waarvan de benen elk in 100sten zijn verdeeld.

Verschillende vierkantennetten (tweede klas)

In België worden er 2 vierkantennetten vaak gebruikt: Lambert en UTM. Het is allemaal een kwestie van de aardbol zo goed mogelijk op een plat papier weer te geven (dit gaat nooit foutloos). Voor meer informatie klik hier voor de site van het NGI.
De Lambert lijnen staan nooit voorgedrukt op de kaart, wel de nummers. Als je in de rand van de kaart kijkt zijn het de buitenste grijze nummers. Je moet dus de lijnen zelf tekenen (als je leiding dat nog niet gedaan heeft). Als het nummer bv 208 is dan gebruiken we enkel de 2 achterste cijfers 08, dit om het een beetje eenvoudig te houden.
Het UTM net staat soms wel op de kaart gedrukt. Het zijn de paarse lijnen en ze staan niet altijd recht t.o.v. de kaart. Hiervoor gebruik je de paarse getallen in de rand van de kaart. Net zoals in het lambert systeem gebruiken we slechts de 2 laatste cijfers (groot gedrukt) van het nummer.

Knopen

Op deze pagina vind je een beschrijving van de door ons meest gebruikte knopen. Er wordt telkens uitgelegd hoe je ze moet leggen en waarvoor ze dienen.

Voor deze pagina's maakten we dankbaar gebruik van volgende boeken :

Achtsteek

Gebruik

De achtknoop is een overhandse knoop. De breeksterkte van een touw wordt tot 45 % teruggebracht zodra er een overhandse knoop in wordt gelegd. Als het werkeinde niet helemaal wordt doorgehaald, zodat er een treklus ontstaat, ontstaat er iets sterkere (45-50%) stopperknoop, die zelfs te gebruiken is voor het besnaren van muziekinstrumenten. Bij de scouts wordt een achtsteek vooral gelegd om te vermijden dat een touw uitrafelt. Om te voorkomen dat vallen, schoten, vlaggenlijnen enz. uit hun blokken of lijogen schieten is een achtsteek ook goed bruikbaar.
Het is niet nodig om de knoop strak aan te trekken, maar doet men dit wel, dan moet ervoor gezorgd worden dat het uiteinde van de tamp (= einde van een touw) een stukje buiten de knoop uitsteekt, zodat men de tamp goed kan vastnemen als de knoop in een blok geschoten is.

Methode

Men neemt de tamp en kruist hem boven over het vaste part. Vervolgens slaat men de tamp onder het vaste part door en steekt hem door de in de eerste fase gevormde lus. De knoop wordt aangetrokken, waarbij men de tamp enkele centimeters laat uitsteken.

 

Achtsteek Uitgelegd
 
 

 

 


 

 


Artillerie lus

Met deze knoop kan lus in het midden van een touw leggen. Hij is gemakkelijker te leggen en weer los te maken dan de bergbeklimmersknoop maar is ook minder stevig. Gebruik hem vooral om een tijdelijke lus in een touw te leggen om dingen te dragen of op te hangen. Belast het touw niet te zwaar zolang de lus niet gebruikt wordt, de knoop kan dan lossen en dan is je lus verdwenen.

 

Artillerie lus

 

 

 

 

 

 bron: Touwslagers Knopen Pagina


Dubbele Paalsteek

Gebruik


Deze knoop staat ook bekend als "paalsteek in de bocht". Hij lijkt erg veel op de gewone paalsteek, maar in plaats van een tamp te gebruiken neemt men een dubbbel touw of een touw waarin een bocht is gelegd. In deze tijd, waarin veiligheid zo vaak onderwerp is van aansprakelijkheidszaken, zijn touwstoeltjes of -zitjes niet meer aan te bevelen voor hoge karweitjes. Maar vroeg of laat kan iedereen te maken krijgen met een situatie die om een snelle improvisatie vraagt. Dit is een knoop die geschikt is voor het laten zakken van een gewonde en voor noodgevallen. Door elk van beide lussen wordt een been gestoken. De gekwetste kan zichzelf vervolgens op borsthoogte aan het touw vasthouden (als hij dat kan), of wordt er aan vastgebonden. De paalsteek in de bocht vermindert de breeksterkte van de lijn tot 40%.

Methode


Men legt een bocht in het touw door het samen te nemen. Hierin legt men een oog waarbij het vaste part onder komt. De tamp wordt hier van onderen naar boven door gestoken. Dan wordt de bocht wijder gemaakt en de hele knoop er doorheen getrokken. De bocht van de tamp wordt rond het vaste part gelegd. Tenslotte wordt de knoop goed aangetrokken door aan de zijden van de bocht te trekken. 

 

Dubbele Paalsteek Uitgelegd
 
 

 


Losse Strop

Lossestrop

Mastworp

Gebruik

Deze eenvoudige maar veelzijdige knoop wordt veel toegepast voor het beginnen van een sjorring, het afmeren van boten, het ophangen van stootwillen aan de reling en het bevestigen van lijnen aan palen, bolders en rondhouten. De knoop werkt goed zolang de trekkracht constant is en haaks staat op het aanhechtingspunt. De mastworp heeft echter ook de neiging om los te werken, en paradoxaal genoeg kan hij zich ook beknijpen wanneer het touw nat is. De breeksterkte ligt tussen de 60 en 75 %. Voor een grotere veiligheid kan men van de overblijvende tamp nog twee halve steken maken.

 

Methode

 

Mastworp Uitgelegd
Deze knoop lijkt een beetje op de letter N (zie figuur). Leg een lus rond de paal. Als het touw de gewenste lengte heeft, leg je simpelweg een tweede lus met het werkende eind (= het uiteinde van het touw waarin de knoop wordt gelegd) aan de onderzijde op de eerste. Gebruik best wel een extra steek om de mastworp te borgen. Zorg ervoor dat de trekrichting constant blijft.

 

 

 


Paalsteek

Gebruik

De paalsteek is eigenlijk geen steek maar een knoop, bedoeld om een niet-schuivende lus in een touw te maken. Het is bij lange na niet de sterkste lusknoop. Een paalsteek vermindert de breeksterkte van een stuk touw tot circa 40%. Erg betrouwbaar is de paalsteek ook al niet, vooral in stug of glad touw. Paalsteken kunnen losschieten (bij zware belasting) of lostrillen (bij helemaal geen belasting). Toch wordt de paalsteek heel veel gebruikt voor allerlei toepassingen, vanaf het vastmaken van een touw voor het dichtbinden van een pakketje tot en met klimmersactiviteiten. In klimmershandboeken wordt altijd geadviseerd om een of twee halve steken (tegen de draairichting in) op het staande eind te zetten om de betrouwbaarheid te verhogen. De paalsteek is gemakkelijk te maken en eenvoudig los te trekken, ook al heeft er een grote druk op gestaan.

Methode

Paalsteek

Om hem te maken slaat men een scherpe bocht of een oog in de tamp, die lang moet worden gehouden in verband met de gewenste lengte van de lus. Bij het oog ligt het vaste part onder. Men steekt de tamp van onderen naar boven door het oog. De tamp wordt om het vaste part heengeslagen en opnieuw door het oog gestoken. De knoop wordt aangetrokken door gelijktijdig aan het vaste part en aan de tamp te trekken.
Als men de knoop aan kinderen wil aanleren, dan noemt men de lus een vijvertje, het vaste part een boompje, en de tamp een visje. Het visje springt dan uit het vijvertje, rond het boompje en terug in het vijvertje.

 


Platte Knoop

Gebruik

Deze knoop wordt heel vaak gebruikt om twee tampen (= uiteinden) aan elkaar te bevestigen, maar dan enkel bij touwen van gelijke dikte. Als hij klaar is, is hij behoorlijk sterk, aangezien hij zichzelf aantrekt naarmate hij meer onder druk komt te staan. Soms kan het wel enige moeite kosten hem weer los te krijgen, wanneer het gebruikte touw dun is of als de tamp bij het knopen nat was en er veel druk op de knoop heeft gestaan. Beginnelingen maken de platte knoop vaak omgekeerd en dan kan hij nogal last opleveren. Let bij het maken ervan vooral op de symmetrie. Hij bestaat uit twee op elkaar liggende halve knopen, waarbij de tweede in spiegelbeeld wordt uitgevoerd.

Methode

Platte Knoop Uitgelegd Van elk van beide trossen die vast moeten worden gemaakt gebruikt men een tamp en legt er een halve knoop in. Op deze eerste halve knoop wordt een tweede gelegd waarbij erop gelet moet worden dat de tampen omgekeerd worden vastgenomen, ofwel, als men bij de eerste halve knoop de rechtertamp onder de linkse door heeft gelegd, dat men dan bij de tweede halve knoop de linkertamp (die eerst rechts was) onder de rechtse doorlegt. (= « Rechts over rechts, links over links. »)Voor het aantrekken van de knoop moet er aan beide tampen getrokken worden.


Schootsteek

Gebruik

De schootsteek, die ook weversknoop wordt genoemd wanneer hij van dun touw wordt gemaakt, is een veelgebruikte steek voor het aan elkaar vastmaken van twee lijnen van ongelijke dikte, maar van hetzelfde materiaal. De steek kan ook gebruikt worden om een lijn aan een oogje of een lus te bevestigen. De schootsteek heeft echter ook een aantal bezwaren. Hij beknijpt onder zware belasting en heeft de neiging te slippen in glad materiaal. Bij veiligheidstests blijkt dat de schootsteek in gemiddeld 22 op de 100 gevallen bezwijkt. Het is ook geen erg sterke knoop met zijn breeksterkte van 55%.

Methode

Schootsteek of Weversknoop Uitgelegd Met een van de touwen wordt een oog gemaakt. De tamp (=werkend uiteinde) van de andere tros wordt door het oog gestoken, er omheen geslagen en vervolgens onder het vaste part doorgestoken zodat hij vast komt te zitten.
De schootsteek kan ook gemaakt worden door de tamp tweemaal in plaats van eenmaal rond het oog te slaan, waarna hij dan weer kan worden vastgezet. In dat geval spreekt men van een dubbele schootsteek. Zo kan de veiligheid van de knoop verhoogd worden, wat vooral van pas komt wanneer het dikteverschil tussen beide touwen te groot is.

 


Timmermanssteek

Gebruik

De timmermanssteek is bedoeld voor het verslepen van langwerpige voorwerpen door water of over land. De steek houdt goed op ruwe oppervlakten zoals boomstammen, maar heeft de neiging te slippen op gladde wateroppervlakken. Bij de scouts wordt de timmermanssteek ook soms als alternatief voor de mastworp gebruikt, als begin van een sjorring. Een belangrijke variant is de timmermanssteek met muilslang. Die 'muilslang' is een extra halve steek, die bedoeld is om de trekrichting te fixeren.

Methode

Leg eerst een gewone timmermanssteek (fig.1). Met natuurtouw (o.a. sjortouw) zijn drie torns (=draaiingen, woelingen) voldoende, maar met het moderne gladde touw is het beter om wat extra torns te nemen. In rechtsgeslagen touw worden de torns in de richting van de slag gelegd. Zorg ervoor dat de timmermanssteek gedraaid is in de richting van de trekkracht. Je legt best de laatste halve steek, de muilslang, altijd zo dat het werkend eind (= het uiteinde van het touw waarin de knoop wordt gelegd) in dezelfde richting te voorschijn komt als bij de timmermanssteek (fig. 2). De halve steek vermindert de breedsterkte van de timmersteek tot 70 %.

 

Timmermanssteek Uitgelegd
 
 

 


Verkortingsknoop

verkortingsknoop     

Vissersknoop

Gebruik


Begin 19e eeuw werd deze knoop door vissers ook wel waterknoop genoemd. De knoop wordt ook wel hengelaarsknoop, Engelse knoop, Engelsmansknoop, twee zoeteliefjes of schippersknoop genoemd. (Kapitein Marryat schreef in zijn roman Peter Simple : "...er schuilt een moraal in die knoop...de noodzaak om naar elkaar toe te trekken...als we willen volhouden. ) Deze knoop wordt ook soms gebruikt om snoeren met hangers (juwelen) een aanpasbare lengte te geven. Dit is een sterke en betrouwbare manier om twee gelijke touwuiteinden aan elkaar te bevestigen. Deze knoop heeft echter een belangrijk nadeel : als hij veel gewerkt heeft en als hij daarbij ook nog eens nat is geworden, kan hij moeilijk worden losgemaakt.

Methode


De twee te verbinden touwen worden naast elkaar gelegd. Maak nu met de tamp (= het uiteinde) van het linkertouw een marlsteek (zie tekening) om het rechtertouw en dan met de tamp van het rechtertouw een marlsteek om het linkertouw. Trek vervolgens aan de vaste parten van beide trossen zodat de knopen naar elkaar toe glijden en naast elkaar komen te liggen.

 

 

Vissersknoop Uitgelegd
 

Touw Oprollen

Met het opbergen van een touw bedoelen we het oprollen of opschieten in slagen, waarna het geheel dusdanig wordt gezet dat de slagen niet uiteenvallen. Als men de tros nodig heeft, dan kan hij snel en eenvoudig weer worden afgerold, zonder dat hij in de knoop raakt. Een van de makkelijkste manieren om een tros op te schieten is op de hand of arm, of als hij zwaar is, op de grond, waarna het geheel wordt vastgebonden.
Als een tros niet meer nodig is, moet hij naar behoren worden opgeborgen en daarvoor moet hij eerst worden opgeschoten. Schiet de tros enkele malen op door hem in de ene hand te nemen en er met de andere hand slagen in te maken. Als er nog maar een paar meter overblijft, worden er met de tamp (het uiteinde) kleine slagen rond de grote gemaakt. Als men zo enkele slagen gemaakt heeft, wordt de punt van de tamp door het bovenste deel van de slagen gestoken en aangetrokken. De kleine slagen worden zo naar boven getrokken, waardoor de tamp, net zoals de slagen, vast komt te zitten.

Opschieten Touw

Touwonderhoud

Het is belangrijk om uw touw in goede conditie te houden zodat u erop kunt vertrouwen dat u er effectief en veilig knopen in kunt leggen. Touw onderhouden spaart ook geld uit, omdat de levensduur van het touw langer wordt als u het beschermt. In een goed onderhouden touw legt u gemakkelijk knopen die ook beter blijven zitten.

Touw schoonmaken


Zand, gruis en olie slijten van binnenuit. Om dit te voorkomen, schrobt u vuil touw af met een zeepsopje. Hang het touw daarna op en berg het pas op als het helemaal droog is.

Uiteinden van touw afbinden


Voorkom dat een afgesneden eind van een touw (=tamp) gaat uitrafelen met een permanente of een tijdelijke takeling. Een afgesneden eind van een synthetisch touw kunt u in een vlam houden, zodat de vezels aan elkaar smelten.
Onderhoud Touw 1
Er zijn speciale vloeibare takelingen verkrijgbaar. Om het eind van een touw dicht te smelten, doopt u het in een vloeibare takeling en laat het kort drogen.

Doop touw met een kleine diameter in een lijm op latexbasis of in polyvinylacetaat lijm. Laat het drogen. Dit vormt een effectief zegel aan de tamp.
Lijm Plastic buis
U kan ook een plastic mantel als takeling gebruiken. Schuif de buis over her eind van een touw en houd hem boven hete stoom, zodat hij een strak zegel vormt.
Wikkel plakband om een tamp, zodat hij stijf wordt. Handig bij het leggen van knopen en wanneer u de strengeindjes insteekt om ze te splitsen.
Plakband

Het voorkomen van slijtage


Wanneer een touw herhaaldelijk langs een ruw oppervlak schuurt, ontstaat er slijtage waardoor het touw beduidend zwakker wordt op dat punt. Om schuren te voorkomen, moet u het touw beschermen door of het touw, of het oppervlak af te dekken. Probeer nooit veel kracht te zetten op een touw dat versleten is.
Touw bedekken : Een plastic buis kan een effectieve bescherming zijn voor een touw dat tegen een ruw oppervlak schuurt. Schuif een nauwsluitende plastic buis, die langer is dan het stuk touw dat schuurt, over het touw.
Oppervlak bedekken : U kan ook het oppervlak bedekken waarlangs het touw schuurt. Bevestig een stuk glad, slijtvast materiaal, zoals leer, tegen het oppervlak, op de plek waar het touw ermee in contact komt. Jute of canvas, dat tussen een touw en een oppervlak wordt gelegd, voldoet ook.

Het gebruik van knopen


Verlicht de druk op een versleten stuk touw door het in een trompetsteek te knopen. Het versleten deel moet de middelste torn van de knoop vormen. De aangespannen buitenste tornen vangen nu de druk op.(fig7)
Een andere knoop, die hetzelfde doel beoogt als de trompetsteek, lijkt veel op de halve knoop en is dan ook erg eenvoudig. Hij wordt gebruikt voor trossen die op het punt staan te breken of die ingekort moeten worden. Als deze knoop goed is aangetrokken, is hij behoorlijk veilig. De knoop wordt snel gemaakt en is gemakkelijk te onthouden. Zijn enige nadeel is dat hij, als er erg veel druk op gestaan heeft, moeilijk los te krijgen is. De tros wordt dubbel gevouwen zodat er een bocht ontstaat met in het midden het beschadigde punt. Men slaat een oog en steekt het beschadigde deel van de tros er doorheen. De tros en de knoop worden aangetrokken, waarbij het beschadigde deel in de gevormde lus zit zodat er bij het spannen van de tros geen druk op komt te staan.

Morse

Samuel Morse
 
Bij de morsecode wordt elk symbool voorgesteld door een reeks `punten´ en `strepen´. De code werd rond 1850 oorspronkelijk ontwikkeld om gegevens door te geven via elektrische leidingen. Een symbool werd dan doorgegeven als een reeks korte en lange signalen. Op de volgende pagina's gaan we verder in op morsecode.

Morsealfabet

De letters

A .- N -.
B -... O ---
C -.-. P .--.
D -.. Q --.-
E . R .-.
F ..-. S ...
G --. T -
H .... U ..-
I .. V ...-
J .--- W .--
K -.- X -..-
L .-.. Y -.--
M -- Z --..
De cijfers

1 .---- 6 -....
2 ..--- 7 --...
3 ...-- 8 ---..
4 ....- 9 ----.
5 ..... 0 -----
De leestekens

Punt .-.-.-
Komma --..--
Koppelteken -....-
Apostrof .-----.
Breukstreep -..-.
Vraagteken ..--..
Haakjes -.--.-
Dubbel Punt ---...
Aanhalingsteken .-..-.
Gelijkheidsteken -...-
De diensttekens

Beginteken-.-.-
Einde .-.-.
Onderstreping ..--.- 
Waarschuwing .-..-
Over -.--.
Begrepen ...-.
Vergissing .......(minstens 7)
Wacht .-...
Sluitteken ...-.-
Bericht Ontvangen .-.
Klaar Voor Ontvangst -.-
SOS .../---/...

Morse van buiten leren


Het spreekt voor zich dat vooral de letters en de cijfers van belang zijn. Wil je goed kunnen seinen, dan is het noodzakelijk dat je die van buiten kent. Leestekens worden veel minder gebruikt. De diensttekens zijn wel belangrijk omdat zij het mogelijk maken je boodschap goed over te brengen. Haakjes en onderstrepingen dienen geseind te worden voor en na het woord waarop ze betrekking hebben. In dit stukje zien we enkele manieren om het van buiten leren van de code gemakkelijker te maken. We zullen enkele ezelsbruggetjes geven om de letters en de cijfer uit het hoofd te leren. Als je de code voor de eerste keer ziet, dan lijkt het een heel onoverzichtelijke boel. Voor de letters is dat ook wel zo, maar bij de cijfers is er toch een systeem te vinden. Laat ons daarmee beginnen.

De cijfers

Als je goed kijkt naar de cijfers, dan zie je dat ze allemaal uit vijf tekens bestaan. Dit in tegenstelling tot de letters, die hoogstens vier tekens beslaan. De speciale tekens buiten beschouwing gelaten kan je een cijfer hieraan onmiddelijk herkennen. De nul heeft vijf strepen (-----). Bij de 1 (.----) werd de eerste streep vervangen door een punt. Bij de 2 (..---)de tweede eveneens. Dit gaat verder tot alle strepen verdwenen zijn, bij 5 (.....). Vanaf nu worden de punten vooraan één voor één vervangen door strepen, bv 7 (--...). Dit gaat nu verder tot we terug bij nul uitkomen. Misschien wordt het hieronder duidelijker:

De letters

Voor de letters is er niet meteen zo'n eenvoudig systeem te bedenken. Van buiten leren is dus de boodschap. We kunnen hierbij wel een beetje helpen. Om de code van de letters te kennen volstaat het 26 woorden te kennen :

A Atoom
B Bokkenwagen
C Coca-cola
D Dokwerker
E Ei
F Fruitverkoper
G Grootmoeder
H Hermelijntje
I Ikke
J Jan-oor-dom-oor
K Kommerloos
L Limonade
M Moto
N Noten
O Oorlogsvloot
P Papschoolloper
Q Quo co rico
R Revolver
S Seinteken
T Ton
U Uniform
V Verkennerstroep
W Weersopkomst
X Xzon-der zero
Y York blijft toch York
Z Zonsondergang


Met elke letter correspondeert dus een woord. Als je de letter in morse wilt weten, dan splits je het woord in lettergrepen. Elke lettergreep staat voor een teken. Staat er een 'o' in de lettergreep, dan is het teken een streep. Staat er geen 'o' in, dan is het teken een punt. Vb : V : het woord is 'verkennerstroep'. We splitsen dit in lettergrepen: ver-ken-ners-troep. In de eerste drie lettergrepen komt er geen 'o' voor, dus dat worden drie punten. De laatste lettergreep staat wel een 'o', dus dat wordt een streep. V is dus in morse ...- wat inderdaad het geval is. Als je dat wil, kan je voor de meeste letters andere woorden vinden. De letters kunnen ook in 'blokvorm' voorgesteld worden. Niet echt een manier om de code van buiten te leren, maar wel een compact geheugensteuntje:

T E
M N A I
O G K D W R U S
(CH)
Q Z Y C X B J P
L
F V H

Patrouilleleven

Een goede patrouille is een familie waar iedereen samenwerkt aan de bloei en de vooruitgang van het geheel. Iedereen heeft er zijn verantwoordelijkheid en functie.

Patrouille leider

De PL heeft de algemene leiding van de patrouille. Hij zit de patouilleraad voor en vertegenwoordigt zijn patrouille op de ereraad. Hij verdeelt de functies in de patrouille en zorgt er voor dat ze deze goed uitvoeren. Het is zijn taak om nieuwe werkzaamheden en aktiviteiten uit te denken, ze te bespreken in de patrouilleraad en ze dan uit te werken.

Assistent-Patrouilleleider

De APL is de rechterhand en plaatsvervanger van de PL en helpt hem in het uitoefenen van zijn functie. Hij kan eventueel zijn PL vergezellen op de ereraad. Hij besteed bijzondere aandacht aan de nieuwelingen in de patrouille.

Penningmeester

De penningmeester houdt het kasboek en de financies van de patrouille bij. Hij noteert zorgvuldig alle inkomsten en uitgaven. Op de patrouilleraad legt hij de toestand van de kas voor. Hij plant ook nieuwe aktiviteiten om aan geld te geraken en tracht op deze manier de kas te vullen met eerlijk verdiend geld.

Materiaalmeester

De materiaalmeester houdt een lijst van het materiaal bij, noteert wat er moet hersteld of aangevuld worden. Hij tekent al het materiaal met de patrouillekleur en noteert stipt wat er uitgeleend wordt en zorgt er voor dat het in goede staat terugkeert.
Het is ook zijn taak voor een verbandkist te zorgen en deze mee te nemen op de tocht. Voor het onderhoud van het materiaal kan hij beroep doen op alle patrouilleleden maar hij is de hoofdverantwoordelijke.

Secretaris

De secretaris houdt alle adressen en eventueel telfoonnummers bij. Hij stuurt de uitnodigingen voor de patrouillevergaderingen en tekent de afwezigheden op. Het is ook zijn taak het logboek bij te houden en daarin alle aktiviteiten te beschrijven eventueel met foto's.

Raden

Eenheidsraad

De vergadering van alle leiders van de eenheid.
De eenheidsraad wordt geleid door de EL.

Takraad

De vergadering van alle leiders van 1 tak.
De takraad wordt geleid door de TL.

Troepsraad

De vergadering van alle leden van een tak, samen met hun leiding.
De troepsraad wordt geleid door de TL.

Ereraad

De vergadering van de leiding, de PL's en (soms) de APL's van 1 tak.
De ereraad wordt geleid door de TL.

Patrouilleraad
De vergadering van alle leden van 1 patrouille.
De patrouilleraad wordt geleid door de PL.

Scouts-en Gidsenwet

Wet

« Een scout/gids is eerlijk.
Een scout/gids eerbiedigt de overtuiging van de anderen.
Een scout/gids maakt zich nuttig.
Een scout/gids is een vriend van allen.
Een scout/gids is vriendelijk en hoffelijk.
Een scout/gids kan gehoorzamen.
Een scout/gids staat open voor de natuur en is milieubewust.
Een scout/gids houdt vol.
Een scout/gids is ijverig.
Een scout/gids is zelfbewust en heeft eerbied voor zichzelf en voor de anderen. »

Betekenis

Een scout/gids …


Scoutsgroet

Wat?

Drie gestrekte vingers van de rechterhand, met de duim die de pink bedekt.

Groet
 

Hoe?

Met de rechterhand aan de rechterzijrand van je baret, handpalm naar voor. Indien ja blootshoofds bent, zelfde houding van de vingers maar de rechterhand nu op schouderhoogte.
In geval je een patrouillestok draagt, zal je deze bij het groeten vertikaal tegen je rechterzijde drukken en hem met de rechterhand vasthouden. Je groet dan met de linkerhand (horizontaal op ellebooghoogte), tegen de stok; handplam naar beneden.

Betekenis

De drie gestrekte vingers stellen de drie punten van de belofte voor. De duim die de pink bedekt, verbeeldt de sterkere die de zwakkere onder zijn bescherming neemt.


Spoortekens

In bijlage vind je de spoortekens zoals we ze vaak gebruiken. Later komen ze ook gewoon op deze pagina.

Stomme Bevelen

Wat?

De stomme bevelen duiden op een formatie, zoals U-formatie, estafette, cirkel formatie,... Ze worden gebruikt als er verzameling gefloten wordt zodat de jullie (de gasten) weten hoe ze moeten staan.
In de tekeningetjes staan de bollekes en streepkes voor de PL's met erachter de patrouilleleden.

 

 


 


Teervoet Eisen

Wet en Belofte

Voor je teervoet ken je nog steeds al hetgeen je ook voor je wet en belofte moest kennen.

Kaart en Kompas

Natuur

Observatie

Telefoneren

E.H.B.O

Bijl, mes, schop en zaag

Knopen en sjorringen

Kennen en kunnen gebruiken :

Klik hier om naar de knopensectie te gaan, daar vind je uitleg over sommige knopen.

Vuren

Koken

Tent

Rugzak

Sport

Expressie

Schatten


Troepsignalen

Meestal verwijzen deze signalen naar de bijpassende letter uit het morsealfabet. Voordat een troepssignaal gefloten wordt, moet eerst aandacht worden gefloten.
En als men een leider fluit, dan fluit men eerst aandacht, en dan de eerste en laatste letter van de naam.

Aandacht ( A ) . -

Verzameling ( V ) . . . -

 PL’s ( P ) . - - .

Fourage ( F ) . . - .

Leiding ( L )  . - . .

Inspectie ( I )  . .

Stilte ( S )  . . .

Opstaan ( O )  - - -

EHBO ( H )  . . . .

 

Voor EHBO fluit je: .-/....

 


Tweede Klas Eisen


Wet en Belofte

Patrouilleleven

Kaartlezen

Oriënteren


Zich kunnen oriënteren door middel van :

Kompas en gebruik

Uniform

Schatten

Observatie

Natuur

Telefoon

Treingids

E.H.B.O.

Handvaardigheid

Morse

Bijl en zaag

Knopen

Sjorren

Vuren

Koken

Tent

Sport


Uniform

Het uniform

Wij dragen een marineblauw hemd, blauwe broek (liefst een korte), grijze kousen en botinnen. De das in de kleuren van de eenheid (bij ons rood-blauw met hemelsblauwe rand). Verder kunnen scouts T-shirts, blauwe trui en vest ook nog door de beugel.
Kentekens

1. Belofte: Vroeger het blauwe metalen FOS insigne op de dasring. Nu de 2 door elkaar gevlochten handjes onder het verenigingskenteken.


2. Verenigingskenteken: Een groene lelie met geel klaverblad op blauwe achtergrond. Het komt op de linker mouw, 6 cm onder de schouderrand.


3. Bandje Provincie: Bandje van 1 cm hoogte met parelgrijze letters op marineblauwe achtergrond. Komt op de rechtermouw tegen de schouder.


4. Eenheids insigne: Het kenteken van de eenheid komt op de rechtermouw, 6 cm onder het gewestbandje.

5. Insigne jaarthema: Dit verandert om de 2 jaar en komt net boven de rechtborstzak.

6. FOS-België: FOS met de belgische kleuren, boven de linker borstzak


 

7. Wereld scouts/gidsen teken: Insigne van de wereld scouts of de wereld gidsen organisatie, centraal op de linker borstzak

8. Schouderstrik (voor jvg's & vg's): De kleuren van de patrouille waartoe je behoort. Het zijn 2 dubbele linten die met een ring aan het linkerschouderstuk hangen


8. Bandje van de leiding:
  • Hemelblauw: eenheidsleiding

  • Groen: takleider

  • Rood: assistent

  • Rood-wit: aspirant


9. Teervoet, tweede klas en eerste klas komen onder het belofteïnsigne.

10. Badges: komen onder het eenheidskenteken

WelpenTechnieken

Inleiding

Op kampen is er de mogelijkheid voor de welpen om te tonen dat ze reeds enkele scouts technieken onder de knie hebben. Dit doen ze door het afleggen van de teerpoot, eerste ster, tweede ster en daarna verschillende badges. Het is de bedoeling dat de welp eerst zijn teerpoot aflegt, daarna zijn eerste ster en zo verder. Wat er voor telkens moet “gekend” staat hier onder per kenteken uitgeschreven. Het is wel de bedoeling dat je bij het afleggen van een eerste ster ook nog alles weet van de teerpoot en bij het afleggen van de tweede ster moeten jullie eigenlijk alles van dit boekje onder de knie hebben. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat jullie weken voor het kamp al beginnen te studeren. Alles wat in het boekje staat komen wordt jullie ook geleerd tijdens de gewone vergaderingen.

 

 

 


A. Teerpoot(wet en belofte)

 

1.              Jungle Verhaal

2.              Wet en belofte

3.              Welpenleuze

4.              Jungle dieren

5.              Groot gehuil

6.              Welpengroet

7.              Verschillende formaties

 

    B. Eerste Ster

 

Zie bovenstaande gegevens van teerpoot

8.              Spoortekens

9.              Knopen

10.            Natuur

11.            EHBO

12.            Communicatie

 

    C.  Tweede Ster

 

Zie bovenstaande gegevens van Eerste Ster

13.         Raadsrots

14.         U-formatie

15.         De 2 open ogen

16.         Scoutshanddruk

17.         Stichter van de Scouts

18.         Knopen

19.         Gevaar



Teerpoot

 

1.      Jungle Verhaal

In de Sionie heuvels was het zeven uur en een erg warme avond. Vader wolf wilde juist op jacht gaan, toen Tabaqui, de jakhals het hol binnen kwam, op zoek naar een overgebleven hapje eten. Tabaqui vertelde dat Shere Khan, de lamme tijger, zijn jachtgebied had verlegd naar deze heuvels. Je hoorde hem trouwens al grommen. Toen vader en moeder wolf goed luisterden, hoorden ze dat Shere Khan deze nacht niet op vee aan het jagen was, maar op mensen, houthakkers! Nu hadden de dieren in de jungle met elkaar afgesproken dat ze nooit op mensen zouden jagen, omdat daar alleen maar narigheid van kwam, want dan zouden er jagers komen en was geen dier meer veilig. Toen hoorden ze dat het gebrul overging in gehuil: Shere Khan was naast zijn prooi gesprongen en in het kampvuur terecht gekomen.

 

Opeens was er geritsel vlakbij in de struiken en vader wolf stond al klaar om toe te springen, want hij vreesde dat het Shere Khan was. Maar in plaats van Shere Khan kwam daar een klein, naakt mensenjong tevoorschijn. Het was helemaal niet bang voor vader wolf. Vader wolf pakte hem voorzichtig op en bracht hem in het hol bij moeder wolf, zodat zij het ook kon bekijken. Toen het mensenjong daar binnen in het hol wat met de jonge wolfjes aan het spelen was, verscheen de kop van Shere Khan in de opening van het hol. Shere Khan eiste zijn prooi, het mensenjong, op, maar vader wolf gaf hem te verstaan dat het mensenjong bij hen zou blijven.

 

Toen Shere Khan door bleef brullen om het mensenjong, werd moeder wolf zo kwaad dat ze Shere Khan aan haar bijnaam, Raksha de duivelin, herinnerde. Ze zei hem dat het mensenjong niet gedood zou worden, maar dat er nog wel een dag zou komen dat hij jacht op Shere Khan zou maken. Shere Khan droop af. Het mensenjong kreeg de naam Mowgli, kikvors, omdat hij geen vacht had.

 

2.      Wet en Belofte

Wet

Als welp speel ik samen

met de andere in de jungle

ik luister naar de oude wolven

ik ben eerlijk,

vriendelijk en ik hou vol


Belofte

Akela graag wil ik welp zijn van onze horde

daarom wil ik men best doen om flink mee te spelen met alle welpen en oude wolven

 

 

3.     Welpenleuze

Wij doen, ons best!!

4.      Jungle Dieren

Akela
De leider van de horde, die waakt over de wet en aan wie allen gehoorzamen.

Raksha
De moeder van de grijze broers die Mowgli in haar hol opnam en hem opvoedde.

Kaa
De gevreesde koningspython, de enige die het apenvolk schrik kon aanjagen. Hij was zeer oud en wist alles af van de jungle.

Chil
De wouw die alles zag vanuit de lucht en Mowgli hielp tegen de Bandar-Log.

Bagheera
De lenige zwarte panter, die Mowgli leerde jagen en een stier doodde om Mowgli af te kopen op de raadsrots.

Baloe
De wijze bruine beer, die al de wetten van de jungle kende en de meesterwoorden leerde aan Mowgli.

Tabaqui
De jakhals, de vleier, die alles doet om in de gunst te staan van Shere Khan.

Bandar-Log
Het apenvolk, zonder leider en zonder wetten. vervelend, lui, speels, brutaal, enz...

Hathi
De meester van de jungle. Hij kende alle verhalen die sedert jaren in de rimboe de ronde deden. Hij riep de watervrede uit.

Shere Khan
De manke, lamme tijger. De grote vijand van Mowgli.

5.      Groot Gehuil

Dit wordt normaal gehouden bij het begin en het einde van de vergadering/dag. Ook bij het benoemen van NL of HNL, uitreiken van allerlei badges of afscheid van een welp kan een groot gehuil worden gehouden.


Het is een uiting van vreugde van de welpen, van gehoorzaamheid aan de Oude Wolven, het is een bedanken en een belonen.Hoe ?Alle welpen en Oude Wolven verstoppen zich, uitgezonderd de NL van dienst en Akela. Die blijven op de raadsrots. De NL roept:"Yalahiiiiii" en op "hi ..." komen alle welpen aangelopen en vormen een cirkel. Als ze allen samen zijn hurken ze neer en zingen het liedje "Alle wolven staan klaar".Na het liedje staat iedereen recht en Akela betreedt de cirkel. Akela maakt met een gestrekte rechterarm een cirkel boven de hoofden van de welpen (gestrekte arm, wijs en middenvinger gestrekt andere vingers geplooid in vuist. 2 oren van de wolf). Als de arm van Akela een welp bereikt, hurkt deze neer. De jongens zitten met de benen gespreid, vingertoppen tussen de knieën. De meisjes met de benen gesloten, vingertoppen langs beide zijden op de grond. Bij beide handen wijs- en middenvinger gespreid met vingers open. Terwijl het hoofd naar beneden is gebogen.

Nadat iedereen gehurkt is, staan we allemaal tesamen recht en zeggen we:"Akela, wij doen ons best". Akela antwoordt:"Uw best". Met beide handen aan weerszijden van ons hoofd zoals bij de groet:"JA ons best" - linkerhand neer, "ons best best ja" terwijl we de rechterhand neerlaten.

6.      Welpengroet

Je groet als welp met je rechterhand. Je wijs- en middenvinger zijn gestrekt en van elkaar gespreid. Die hou je tegen de slapen. Je duim houdt je ringvinger en pink samen, dit wil zeggen dat je steeds je zwakkere welpenzusjes en broeders zult helpen en beschermen.

De gespreide vingers doen ook denken aan:

de gespitste oren van de wolf, die steeds bereid is om te luisteren

de 2 sterren die je moet behalen

de 2 punten van de belofte

de sterke beschermt de zwakke

de 2 open ogen

 

7.      Verschillende Formaties

De stomme bevelen duiden op een formatie, zoals U-formatie, estafette, cirkel formatie,... Ze worden gebruikt als er verzameling gefloten wordt zodat de welpen weten hoe ze moeten staan.


In de tekeningetjes staan de bolletjes voor de nestlijders en de streepje voor de rest van het nest.


1ste Ster

alle technieken van de teerpoot moet je ook kennen voor de eerste ster 

1.      Spoortekens

spoortekens

 

 

 

 

2.      Knopen

De eerste 3 knopen die hier aanbod komen, zijn de enigste knopen die je onder de knie moet hebben voor het afleggen van de eerste ster.

 

A.   Platte knoop

Deze knoop wordt heel vaak gebruikt om twee  uiteinden aan elkaar te bevestigen, maar dan enkel bij touwen van gelijke dikte.

Men legt het rechtertouw over het linker je gaat met het linkertouw eronder door en dan omgekeerd

platteknoop

 

B.   Losse strop

Deze knoop gebruikt men om een zwaar voorwerp mee te slepen

 

 

lossestrop

 

 

C.  Achtsteek

Wordt gebruikt om het uitrafelen van een touw tegen te gaan.

achtsteek

 

3.      Natuur

Het speelterrein voor een welp is voornamelijk de natuur. Het is dan ook belangrijk dat ze respect hebben voor die natuur en dat ze weten wat wel, en wat niet kan. We laten bijvoorbeeld nooit vuil achter in het bos, een zakmes dient niet om uw naam mee in een boom te kerven, we maken geen vuur in het midden van een bos, …

4.      EHBO

 

Schaafwonde : beginnen met de wonde uit te wassen met zeep , of gebruik zuurstofwater als er geen zeep in de buurt is. Daarna ontsmetten met ontsmettingsvloeistof en afsluiten met eosine(“roodsel”) en geen pleister

Brandwonde : REGEL : eerst water de rest later

Er bestaan 3 graden van verbranding:

1ste graad :   bij een brandwonde van de eerste graad is alleen het bovenste laagje van de huid, de opperhuid, getroffen. De huid is rood en doet erg pijn, zoals bij een zonneslag. Normaal gezien is de huid na enkele dagen volledig hersteld en zijn er geen littekens. We houden de brandwonde 15 minuten onder water, daarna zien of er vuil in zit en achteraf flamazine opdoen.

2de graad :    bij een brandwonde van de tweede graad is niet alleen de opperhuid, maar ook de bovenste laag van de huid zelf aangetast. Op de verbrande plek vormen zich blaren, de huid is rood-wit gevlekt en doet pijn. De genezing duurt enkele weken, en vaak blijft achteraf nog een litteken zichtbaar. Al naargelang de omvang, kan een brandwonde van de tweede graad als matig ernstig of ernstig worden beschouwd. We houden de brandwonde 15 minuten onder water, dan flamazine op doen en naar dokter gaan.

3de graad :    bij een brandwonde van de derde graad zijn alle huidlagen verkoold. De huid ziet eruit als karton, en is wit of donker gekleurd. Omdat ook de zenuwen die doorheen de huid lopen verbrand zijn, voelt het slachtoffer vaak helemaal geen pijn. Een brandwonde van de derde graad geneest niet meer. Een huidtransplantatie is nodig, ook om ernstige littekens en misvormingen tegen te gaan. We houden de brandwonde 15 minuten onder water en naar ziekenhuis gaan.


Telefoonnr van ziekenwagen : 112

Telefoonnr van antigifcentrum : 070 245 245

Er wordt van de welpen verwacht dat ze:

een degelijk telefoongesprek kunnen voeren

een telefoonnummer in een telefoongids kunnen opzoeken.

een gsm kunnen gebruiken om te bellen of een sms te versturen

een e-mail kunnen opstellen en versturen


2deSter

13. Raadsrots

De raadsrots is de verzamelplaats waar alle welpen en oude wolven elkaar ontmoeten, het is een centraal punt binnen de horde. Het is ook de plaats waar voorstellen of moeilijkheden kunnen worden voorgelegd, waar de meningen van de welpen centraal staat, waar er besprekingen ivm met kampen kunnen gebeuren, enz….

 

14. U formatie

De U-formatie gebeurt aan het begin en op het einde van een vergadering of aan het begin van iedere dag op het kamp. Zo een U-formatie heeft volgende functies:

het dient om de wet op te zeggen

om de scoutsvlag te groeten

ter nagedachtenis van de stichter

 

15.De 2 open ogen

Als je net je teerpoot hebt behaald zijn je ogen nog gesloten.  (Nog veel te leren dus).  Maar eens je een paar proeven hebt behaald kan je uw eerste ster afleggen.  Zo kan je één oog openen, doe verder je best en leg de tweede ster af, zo kan je uw beide ogen openen.

Verzamelen ven kennis bij de 2 sterren = 2 open ogen

16.Scoutshanddruk

Scouts over de hele wereld groeten elkaar met de linkerhanddruk .

De stammen vroeger hielden hun speer in hun rechterhand en met hun linker gaven een hand

 

17.Scoutsstichter

De stichter van de scouts heet Lord Robert Baden Powel.

18.Knopen

Samen met de knopen die bij puntje 9 staat vermeld moeten jullie de volgende 2 knopen ook kunnen leggen om uw tweede ster te kunnen halen.

D.  Weversknoop

De schootsteek, die ook weversknoop wordt genoemd wanneer hij van dun touw wordt gemaakt, is een veelgebruikte steek voor het aan elkaar vastmaken van twee lijnen van ongelijke dikte, maar van hetzelfde materiaal. De steek kan ook gebruikt worden om een lijn aan een oogje of een lus te bevestigen.

weversknoop
weversknoop

 

 

 

 

 

 

 

E.   Mastworp

Deze eenvoudige maar veelzijdige knoop wordt veel toegepast voor het beginnen van een sjorring, het afmeren van boten, het ophangen van stootwillen aan de reling en het bevestigen van lijnen aan palen, bolders en rondhouten.

 

mastworp
mastworp

 

 

 

19.Gevaar

Omdat welpen op kampen kennis leren maken met houtvuurtjes, gasbekkens en dergelijke is het ook belangrijk dat ze de gevaren die erbij horen ook leren kennen en dat ze weten hoe ze in gevaarsituaties gepast reageren.

GAS:     Gas is zeer praktisch om te koken of te verwarmen, maar het kan ook gevaarlijk zijn. Vraag aan je ouders hoe je op de juiste wijze met gastoestellen moet omgaan.  Als je een gasreuk waarneemt, mag je geen vuur maken, zelfs geen licht aandraaien. Gooi de ramen open, sluit dadelijk de veiligheidskraan en waarschuw je ouders of een volwassene.


VUUR:    Wees voorzichtig: brandwonden zijn zeer pijnlijk ! Brandende voorwerpen afsluiten van de lucht. Als je kleren vuur vatten, niet in paniek raken, maar over de vloer rollen of je omwikkelen met een deken. Wanneer een frietketel in brand staat mag je hier geen water over gieten maar moet je die, ketel afdekken met een natte doek.

ELEKTRICITEIT: Vraag je ouders hoe je elektrische apparaten moet hanteren en gebruik ze nooit zonder hun toestemming.

In geval van nood, onmiddellijk de stroom uitschakelen.  Je moet dus weten waar de elektriciteitsmeter zich bevindt en hoe je dient te werk te gaan.

ONGEVALLEN:   Wat er  ook gebeurt, waarschuw onmiddellijk een volwassene.  Ook kleine ongevallen kunnen een tragische afloop hebben.

VERGIFTIGING: Waarschuw onmiddellijk het antigifcentrum dat dag en nacht klaar staat om inlichtingen te verstrekken.


Wolven technieken

 

Techniekenwerking Wolven

Onze wolven krijgen de kans om op kampen een aantal scoutstechnieken te behalen. Hieronder staan alle technieken omschreven en kunnen de wolven hun informatie & uitleg halen.

De wolventechnieken bestaan uit 3 delen:

1. Wet & Belofte

2. Teerpoot

3. Badgen

Je kan deze technieken terug vinden in de bijlagen.

Succes!